Het topje van de ijsberg

Het topje van de ijsberg: 35 jaar Arctisch centrum (1970-2005)

Nienke Boschman
Louwrens Hacquebord
Jan Willem Veluwenkamp
Volume: 2
Copyright Date: 2005
Published by: Barkhuis
Pages: 151
https://www.jstor.org/stable/j.ctt13wwxcj
  • Cite this Item
  • Book Info
    Het topje van de ijsberg
    Book Description:

    Dutch description: Het Arctisch Centrum werd op 19 januari 1970 opgericht door zes hoogleraren uit de alfa- en gamma-faculteiten van de Rijksuniversiteit Groningen. De statuten van de Interfacultaire werkgroep Arctisch Centrum van die datum vermelden dat De oprichting is geschied onder goedkeuring van de betrokken faculteiten en is bekrachtigd door het College van Rector en Assessoren der Universiteit. Daarmee was het Arctisch Centrum een feit. Op 19 januari 2005, 35 jaar na de oprichting, telt het Arctisch Centrum tien medewerkers die zich bezighouden met historisch, geografisch, cartografisch, archeologisch, biologisch en milieukundig onderzoek in beide poolgebieden. Bovendien vertegenwoordigen zij Nederland in diverse internationale organisaties op het gebied van het poolonderzoek. Het leek ons, als medewerkers van het Arctisch Centrum, een goed idee de oprichting van het centrum te gedenken door samen met oud-bestuursleden, oud-medewerkers, studenten en oud-studenten een bundel samen te stellen waarin wordt stilgestaan bij activiteiten, gebeurtenissen en ervaringen uit het verleden van het centrum. Uiteindelijk hebben zeventien mensen aan deze bundel bijgedragen.

    eISBN: 978-94-91431-55-5
    Subjects: History

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. i-iv)
  2. Table of Contents
    (pp. v-vi)
  3. Voorwoord
    (pp. vii-viii)
    Nienke Boschman, Louwrens Hacquebord and Jan Willem Veluwenkamp

    Het Arctisch Centrum werd op 19 januari 1970 opgericht door zes hoogleraren uit de alfa- en gamma-faculteiten van de Rijksuniversiteit Groningen. De statuten van de Interfacultaire werkgroep Arctisch Centrum van die datum vermelden dat “De oprichting is geschied onder goedkeuring van de betrokken faculteiten en is bekrachtigd door het College van Rector en Assessoren der Universiteit”. Daarmee was het Arctisch Centrum een feit.

    Op 19 januari 2005, 35 jaar na de oprichting, telt het Arctisch Centrum tien medewerkers die zich bezighouden met historisch, geografisch, cartografisch, archeologisch, biologisch en milieukundig onderzoek in beide poolgebieden. Bovendien vertegenwoordigen zij Nederland in diverse internationale...

  4. Het Arctisch Centrum. Ontstaan en ontwikkeling
    (pp. 1-8)
    A.D. Kylstra

    In het jaar 1968 ontmoette ik op straat onze slavist A.G.F. van Holk; hij kwam naar mij toe en zei kort en bondig: “We gaan een Arctisch Centrum oprichten en jij moet meedoen”. Ik vroeg verwonderd wie de andere deelnemers waren, waarom dat centrum moest worden opgericht en waarom ik moest meedoen. ‘De anderen’ was onze collega voor Culturele Antropologie Prof. A.H.J. Prins. Het moest worden opgericht om de studie van de talen en culturen van de arctische en subarctische volken in Groningen mogelijk te maken; dit gebied was aan de Nederlandse universiteiten nauwelijks vertegenwoordigd. Ik hoorde er bij op...

  5. De fascinatie van Groenland. Een terugblik
    (pp. 9-14)
    A.G.F. van Holk

    Terugkijkend op mijn ‘circumpolaire’ activiteiten denk ik in de eerste plaats met veel genoegen terug aan de bijeenkomsten van begin jaren ‘70 met de Groningse collega’s Kylstra, Prins, Waterbolk, mevrouw Van Marken, Nellejet Zorgdrager, Lies Liefferink en anderen, waar de gezamenlijke belangstelling voor de arctische en subarctische culturen allengs gestalte kreeg en tot een echte werkgroep uitgroeide. Reeds in de loop van die eerste jaren konden er zowaar enige ‘internationale’ (Scandinavisch-Nederlandse) symposia worden georganiseerd, waarvan de resultaten zijn neergelegd in een aantal bundels (1971, 1973, 1976, 1978 e.v.). Verscheidene conferenties gingen vergezeld van een tentoonstelling van de relevante materiële cultuur...

  6. Amy van Marken en het Arctisch Centrum
    (pp. 15-20)
    L. Hacquebord

    Amy van Marken (1912–1995) behoorde in januari 1970 tot de oprichters van het Arctisch Centrum. Samen met de oud-germanist en finoegrist Dr. A.D. Kylstra, de antropoloog Dr. A.H.J. Prins, de godsdienstwetenschapper Dr. T.P. van Baaren, de archeoloog Dr. H.Tj. Waterbolk en de slavist Dr. A.G.F. van Holk staat ze vermeld op de oprichtingsakte van de interfacultaire werkgroep Arctisch Centrum. Ze was de enige niet-hoogleraar en vertegenwoordigde de Scandinavische talen en culturen in het Arctisch Centrum.

    In 1956 werd Amy van Marken aan de Rijksuniversiteit Groningen benoemd als lector in de Scandinavische talen en culturen. Dat was heel bijzonder, want...

  7. From Tropical Africa to Arctic Scandinavia. A.H.J. Prins as Maritime Anthropologist
    (pp. 21-30)
    H.H.T. Prins and H.E.L. Prins

    Most anthropologists associate A.H.J. Prins with the African tropics, not with the European Arctic. It is true that his scholarly research took place primarily in East Africa. Yet, Prins is also known as a pioneer in maritime anthropology, and it is this particular specialisation that connects the geographically distant culture areas in his research program. During almost fifty years of scholarship, Prins travelled extensively and crossed boundaries between countries, centuries, and disciplines. Observing and interviewing Swahili seafarers, Teita peasants, Boni hunters, Maltese mariners, Dutch skippers, and Lapp fishers, he also delved into African and European archives. The weight of his...

  8. Van een professorale naar een bestuurlijke organisatie. Het Arctisch Centrum 1975–1983
    (pp. 31-40)
    H.K. s’Jacob

    Toen het Arctisch Centrum in 1970 werd gevormd, was het aan de Groningse alma mater verre van rustig. De aanvankelijk geleidelijke ontwikkeling van een genoeglijke gemeenschap van professoren die elkaar in de Senaatsvergaderingen troffen of met hun amici collegae bij de lunch het reilen en zeilen van hun studierichting regelden, tot een bureaucratische organisatie had een cruciale fase bereikt. Nog immer regelde het College van Curatoren, dat werd samengesteld uit regionale regenten, met routineus gemak de materiële zaken van de universiteit in het rotsvaste vertrouwen dat een toegewijd bureau plichtsgetrouw voor de uitvoering zou zorgen. Maar er was al enige...

  9. De grenzeloze mogelijkheden van het Arctisch Centrum.
    (pp. 41-46)
    L. Hacquebord

    Het Arctisch Centrum heeft zich vanaf de oprichting internationaal opgesteld. Al in 1971 organiseerde het Arctisch Centrum een driedaags symposium met vier Noorse sprekers, dat geheel was gewijd aan de Sami en hun cultuur. In februari 1974 volgde een symposium waarop sprekers uit Zweden en Nederland hun ideeën over de Scandinavische Arctische Cultuur naar voren brachten. Het derde symposium van het Arctisch Centrum vond plaats in 1976 en was geheel gewijd aan Groenland. Onderzoekers uit Groenland en Denemarken spraken op dit symposium over continuïteit en discontinuïteit in de Inuit cultuur op Groenland. In 1978 stond Spitsbergen centraal op het vierde...

  10. Het Arctisch Centrum in AMAP
    (pp. 47-52)
    F. Steenhuisen

    In het najaar van 1992 werd het Arctisch Centrum door het ministerie van Buitenlandse Zaken gevraagd om eens te kijken naar het net opgerichte Arctic Monitoring and Assessment Programme (AMAP). Nederland had net daarvoor gevraagd om de vergaderingen van deze werkgroep als waarnemer bij te mogen wonen. Door het einde van de koude oorlog was het vrij plotseling mogelijk geworden om Rusland te betrekken in internationale arctische milieuprogramma’s. In 1990 was op initiatief van Finland in Rovaniemi door de milieuministers van de acht Arctisch landen, waaronder Rusland, de Arctic Environmental Protection Strategy (AEPS) in het leven geroepen. Onder de paraplu...

  11. Twenty five years of multi-disciplinary research into the17th century whaling settlements in Spitsbergen.
    (pp. 53-60)
    L. Hacquebord

    It all began about twenty-five years ago with a three weeks’ stay on a remote, wet and snowy Arctic island on 79º North. After twelve long days and the solution of many logistic problems, the expedition team finally landed on Amsterdam Island in the north-west corner of the Spitsbergen archipelago. The team members put up their tents and started to work. One year earlier, in 1978, the Arctic Centre at the University of Groningen had started its first research project: the Smeerenburg project. Bas Kist of the Rijksmuseum Amsterdam traveled at the request of the board of the Arctic Centre...

  12. Onderzoek van zeventiende- en achttiende-eeuwse kleding opgegraven op Spitsbergen: mogelijkheden en onmogelijkheden
    (pp. 61-70)
    S.Y. Comis

    Gedurende het 35-jarige bestaan van het Arctisch Centrum van de Rijksuniversiteit van Groningen hebben verschillende archeologische expedities naar Spitsbergen plaatsgevonden. Doel van de opgravingscampagnes in de periode 1979–1981 was het onderzoek naar de overblijfselen van de walvisvaardersnederzetting Smeerenburg, teneinde meer te weten te komen over het leven en werken van Nederlandse walvisvaarders (Hacquebord, 1984). Vanwege de grote vraag naar traan en baleinen stuurde de Noordse Compagnie vanaf 1614 tot 1642 jaarlijks schepen naar Spitsbergen waar men tijdens de zomermaanden op walvissen jaagde en deze aan land verwerkte. Aan boord van de schepen bevonden zich overwegend Nederlanders maar ook Duitsers,...

  13. Animal ecologists and the lure of the Arctic: a thirty year saga 1975–2005
    (pp. 71-78)
    R.H. Drent

    We learn at school that to have begun is half the job (Dimidium facti qui coepit habet) and to complete Horace’s advice we should be bold but sensible. The Netherlands have long hosted the greatest concentration of avian migrants in the off season to be found in northern western Europe, and our work especially in the Wadden Sea kindled curiosity about events on the breeding grounds. Getting a start seemed however to pose insurmountable problems, especially since in those years the Russian Arctic where the majority of our wintering birds originate was to us a closed book. Luckily a determined...

  14. A Tourist in the Arctic
    (pp. 79-82)
    J. de Korte

    The main difference between a scientist working in the Arctic and a tourist visiting the Arctic is that the first one gets paid for being there, and the second one has to pay for it himself. Both may appreciate (or not appreciate) and enjoy (or not enjoy) the Arctic in the same way.

    In 1966, when I was a biology student, I hitch-hiked to Northern Norway and took a job as a waiter in the mess-room of a coal freighter, the “Binney”, which sailed between Harstad (Norway) and Longyearbyen , in order to see the Arctic. I left the ship...

  15. De (Sub-)Arctis in de Oudgermaanse taal- en letterkunde
    (pp. 83-88)
    T. Hofstra

    Het is alleszins mogelijk taalkundige, literaire of cultuurhistorische aspecten van het leven van de Oude Germanen, dat wil zeggen de gemeenschappen van Germaanstaligen in de tijd voor de bekering tot het christendom en gedurende de eerste paar eeuwen daarna, te bestuderen en daarbij de arctische en subarctische gebieden te vermijden. Voor wie als Oudgermanist het oog vooral op Scandinavië richt, zijn de (sub)arctische gebieden echter minder marginaal. Twee (sub)arctische regio’s zijn voor de vroege Germaans-Scandinavische overlevering van belang: Groenland in het noordwesten en Noord-Noorwegen met het Kola-Schiereiland en het gebied van de Witte Zee in het noordoosten. Er is voor...

  16. Stad van de Aartsengel en Mercurius
    (pp. 89-96)
    J.W. Veluwenkamp

    De eerste avond in Archangel stond ik in de erker van mijn stille hotelkamer naar buiten te kijken. Het was al donker en ritselend woei een vroege sneeuwjacht tegen de ramen. Achter het silhouet van de bomen langs de oeverpromenade stroomde de rivier – breed, zwijgend, onverstoorbaar. Hier hadden drie eeuwen eerder de Nederlandse kooplieden dezelfde rivier gezien en dezelfde sneeuw tegen de ramen horen ritselen.

    De Noord-Russische stad Archangel kreeg in 1991 bijzondere betekenis voor het Arctisch Centrum. Dat komt doordat wij in dat jaar onderzoek gingen doen naar de geschiedenis van de Nederlandse handel op Noord-Rusland in de...

  17. Grenzen verleggen
    (pp. 97-102)
    M.J.J.E. Loonen

    In de zomers van 1985 en 1986 begon mijn arctische loopbaan doordat Rudi Drent me de mogelijkheid gaf om achter de ganzen aan te gaan naar de broedgebieden in het hoge noorden. Toendertijd was het hoge noorden voor ons nog de sub-arctische omgeving van La Pérouse Bay bij Churchill aan de Hudsonbaai in Canada. Per drie dagen bracht ik daar steeds anderhalve dag door in een houten toren midden op een zwaar begraasde toendra. Van daar uit bekeek ik het gedrag van de sneeuwganzen die om de toren heen graasden. Wij werkten toen intensief samen met een Canadees-Amerikaans onderzoeksteam en...

  18. Spitsbergen: van toevallige ontdekking tot Arctisch avontuur
    (pp. 103-110)
    T. Haartsen

    In de hedendaagse sociale geografie bestaat het idee dat plaatsen en gebieden uit verschillende betekenislagen bestaan (Knox en Marston, 2004). Aan plaatsen worden verschillende betekenissen toegekend door verschillende groepen mensen, voor verschillende doeleinden. Dit betekent dat plaatsen dynamisch zijn; hun betekenis(sen) veranderen steeds naarmate nieuwe of andere mensen er weer nieuwe of andere betekenissen aan toekennen. En afhankelijk van het doel dat mensen hebben, kunnen bepaalde kenmerken van een plaats of gebied worden benadrukt en andere weggelaten. Ook het Arctisch gebied bestaat uit meerdere betekenislagen. Volgens Keskitalo (2002) is de Arctis lange tijd vooral als een hoog-Arctisch gebied opgevat. Het...

  19. Voices from Tundra and Taiga: The Study of Endangered Arctic Languages in Russia
    (pp. 111-118)
    T. de Graaf, M. Bergmann and H. Shiraishi

    In the last ten years the authors of this paper have contributed to the teaching programme of the Groningen Arctic Centre by presenting lectures on the peoples of Arctic Russia, their languages and cultures. On the occasion of the Centre's jubilee we should like to indicate how our research is related to this topic and describe some of the results of our projects.

    Traditionally research institutes in the Russian Federation have paid much attention to the multicultural aspects of Russian society, and in recent times interest in these fields has again been growing. This holds true in particular for the...

  20. Nunavut: de eerste stappen
    (pp. 119-126)
    K.I.M. van Dam

    Toen ik in 2000 voor het eerst van Nunavut hoorde als zijnde het gebied waar de Inuit onafhankelijkheid hadden gekregen, schaamde ik mij diep. Ik had nog nooit van Nunavut gehoord. In het noorden van Canada zou het moeten liggen. Op geen enkele kaart te vinden. Een Internetzoektocht met ‘nuna’ – dat had ik onthouden – leverde Nunavik op, een regio in het noorden van Quebec. Maar dat kon het niet zijn: te zuidelijk voor doorgewinterde Arctici. Uiteindelijk heb ik Nunavut gevonden, maar bij velen aan wie ik vertel dat mijn promotieonderzoek over Nunavut gaat, zie ik die zelfde vertwijfeling...

  21. Van Roodeschool naar Longyearbyen
    (pp. 127-132)
    J.B. Boschman

    “Roodeschool is de noordelijkste plaats waar je met de trein kunt komen”, vertelde meester Nauta ons tijdens de aardrijkskundeles. De kaart van Nederland hing over het schoolbord en de aanwijsstok prikte Roodeschool aan. Dat gebeurde in 1954 in Neede en Roodeschool leek onbereikbaar ver weg. Enkele jaren later hoorde ik voor het eerst Scandinavische muziek. Ik wou naar dat noorden. In 1978 publiceerde Bert Jansen zijn eerste roman,Verder naar het noorden. De titel alleen was voldoende om de roman te kopen. In Roodeschool was ik toen al geweest, op de fiets vanuit Groningen, ook al noordelijker dan Neede, en...

  22. Afstudeerproject in Oost-Groenland, meer dan een studie
    (pp. 133-138)
    C.E. ten Cate

    Juni 2002. Temidden van een groep Japanse toeristen behangen met camera’s loop ik het trapje af van de Fokker 50 en zet voet op Kulusuk International Airport – East Greenland. Nog een beetje daas na twee dagen reizen en maanden van intensieve voorbereiding zie ik uit over een zee van ijsschotsen en een hemel van het helderste blauw. Spitse bergen vormen de horizon. Wat is het uitzicht hier onvoorstelbaar mooi. De Japanners nemen ernstig foto’s van elkaar voor het kleine luchthavengebouwtje. Zij mogen een paar uurtjes hier rondlopen en zullen dan weer hetzelfde vliegtuig terugnemen naar IJsland. Mijn avontuur is...

  23. BIJLAGEN
    (pp. 139-152)