De dood in cantates van J.S. Bach

De dood in cantates van J.S. Bach: Van Actus Tragicus tot Trauer-Ode

Ignace Bossuyt
Copyright Date: 2015
Published by: Leuven University Press,
Pages: 144
https://www.jstor.org/stable/j.ctt14jxsw2
  • Cite this Item
  • Book Info
    De dood in cantates van J.S. Bach
    Book Description:

    Bachs cantates over doodsangst en doodsverlangen. In Bachs leven en werk is de dood alomtegenwoordig. De Duitse theoloog en reformator Maarten Luther predikte dat de gelovige in het uur van de dood, hoe pijnlijk ook, zeker kon zijn van de verlossing. De stervende moest vooral getroost worden om vervolgens in vrede en vreugde de overgang te kunnen maken naar de vereniging met Christus. In een aantal van zijn cantates verklankt Bach treffend de dualiteit tussen doodsangst en doodsverlangen. Ignace Bossuyt neemt de lezer mee langs een tiental van deze prachtige en ontroerende werken, van de Actus tragicus Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (BWV 106) uit 1707/1708 tot de Trauer-ode Laß Fürstin, laß noch eine Strahl (BWV 198) daterend van 1727, en belicht zo de thematiek van de dood bij Bach.

    eISBN: 978-94-6166-169-2
    Subjects: Music

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-6)
  3. Voorwoord
    (pp. 7-8)

    De concrete aanleiding voor deze publicatie over de dood in cantates van Bach is het thema van de Bach Academie in het Concertgebouw in Brugge, die tussen 28 januari en 1 februari 2015 plaatsheeft, een initiatief in samenwerking met het Collegium Vocale Gent. Deze editie is gewijd aan de dood en de manier waarop Bach en zijn tijdgenoten ermee omgingen. Centrale composities zijn vier cantates van Bach waarin deze thematiek aan bod komt:Liebster Gott, wenn werd ich sterben(BWV 8),Mit Fried und Freud ich fahr dahin(BWV 125),Wer weiß, wie nahe mir mein Ende(BWV 27) en...

  4. Inleiding
    (pp. 9-16)

    Johann Sebastian Bach (°1685) werd wees op tienjarige leeftijd. Zijn moeder, Maria Elisabeth Lämmerhirt, werd begraven op 3 mei 1694. Ze was vijftig jaar. Zijn vader, Johann Ambrosius, overleed op 20 februari 1695, twee dagen voor zijn vijftigste verjaardag. Johann Sebastian was de jongste van acht kinderen, van wie er al enkelen tijdens zijn jeugdjaren stierven. Van de twintig kinderen die Bach bij zijn twee echtgenotes verwekte, bereikten er slechts tien de volwassen leeftijd. Drie van de zeven kinderen bij zijn eerste vrouw, Maria Barbara Bach, overleden in 1713 en 1719 bij of kort na de geboorte. Maria Barbara stierf...

  5. I Luther en Bach
    (pp. 17-22)

    Uit een bewaarde inventaris van zijn bibliotheek kan men zich een idee vormen welke theologische en andere religieuze publicaties Bach in zijn bezit had.

    Opvallend is het overwicht van oudere geschriften, vooral van Martin Luther. Het is duidelijk dat de componist een onvoorwaardelijke aanhanger was van Luthers leer, niet het minst wat diens opvatting over muziek betrof. In tegenstelling tot andere reformatoren, zoals Ulrich Zwingli (1484-1531) en Johannes Calvin (1509-1564), die haar afkeurden als ijdel vermaak, stond de muziek bij Luther in zeer hoog aanzien. In 1530 schreef hij: “Ich liebe die Musik, weil sie ein Geschenk Gottes und nicht...

  6. II Mit Fried und Freud ich fahr dahin: het Canticum Simeonis
    (pp. 23-26)

    HetCanticum Simeonis Nunc dimittisof het loflied van Simeon is het kortste van de drie cantica of ‘gezangen’ uit het evangelie van Lucas. Het bekendste is hetMagnificat , Magnificat anima mea Dominum, Maria’s lofzang bij haar bezoek aan haar nicht Elisabeth (Lucas 1, 46-55). Minder vaak geciteerd is hetCanticum Zachariae, Benedictus Dominus, dat de man van Elisabeth en de vader van Johannes de Doper als een profetie uitzong bij de geboorte van zijn zoon (Lucas 1, 68-79). In de liturgie kregen de drie lofzangen een vaste plaats in het officie, de gebedsdiensten buiten de misviering: hetBenedictus...

  7. III Actus tragicus: Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit (BWV 106)
    (pp. 27-38)

    DeActus tragicusis een van Bachs vroegste cantates. Ze wordt meestal gedateerd tussen juni 1707 en juni 1708, toen Bach organist in Mühlhausen was. De concrete aanleiding voor de compositie van deze cantate, bestemd voor een uitvaartliturgie, is niet bekend. Er circuleren diverse hypotheses, maar het blijft onzeker wie de herdachte overledene was (een oom? de zuster van een bevriende pastor?). We weten ook niet of de benamingActus tragicusvan Bach zelf stamt, want er is van het werk geen autograaf bewaard. De oudste bron dateert uit 1768. Het betreft een kopie van de hand van Christian Friedrich...

  8. IV

    • Komm, du süße Todesstunde (BWV 161)
      (pp. 39-53)

      De cantateKomm, du süße Todesstundedateert uit het jaar 1716, toen Bach concertmeester was aan het hof in Weimar. De tekst is afkomstig uit de verzamelingEvangelische Andachts-Opffervan de hofdichter Salomon Franck (1659-1725), uitgegeven in 1715. Tussen drie aria’s staan twee recitatieven, met als afsluiting het koraalDer Leib zwar in der Erden, de vierde strofe van het liedHerzlich tut mich verlangen(Christoph Knoll, 1563-1621):

      1. De eerste woorden van de ariaKomm, du süße Todesstundegeven al dadelijk uitdrukking aan het doodsverlangen. Het stervensuur wordt zelfs voorgesteld als aangenaam. Franck werd hier blijkbaar geïnspireerd door een...

    • Christus, der ist mein Leben (BWV 95)
      (pp. 53-61)

      Christus, der ist mein Lebenis de tweede cantate geïnspireerd door de opwekking van de jongeling van Naïn. Bach componeerde ze tijdens zijn eerste jaar in Leipzig voor de liturgische dienst op 12 september 1723. De tekstdichter is niet bekend, maar de inhoud sluit aan bij de cantateKomm, du süße Todesstunde, met als centrale thema’s het doodsverlangen, de verheerlijking na de dood en de verachting voor al het wereldse. Opvallend is vooral dat de tekst vier koraalstrofen citeert:Christus, der ist mein Leben, Mit Fried und Freud ich fahr dahin, Valet will ich dir geben en Weil du vom...

    • Liebster Gott, wenn werd ich sterben (BWV 8)
      (pp. 61-68)

      Liebster Gott, wenn werd ich sterbenis de derde cantate die Bach componeerde voor de zestiende zondag na Drievuldigheidsdag, in Leipzig op 24 september 1724. Er zijn twee latere uitvoeringen bekend (tussen 1735 en 1740, en omstreeks 1746/1747). Bij de laatste herneming bracht Bach enkele wijzigingen aan, onder meer in de instrumentatie. Wij bespreken hier de eerste versie. Het originele handschrift van deze eerste versie – niet een partituur, die is niet bewaard gebleven, maar de afzonderlijke partijen – werd in 1836 aangekocht door de Belgische musicoloog François-Joseph Fétis. Het manuscript berust in de Koninklijke Bibliotheek Albertina in Brussel (Hs. II. 3905...

    • Wer weiß, wie nahe mir mein Ende (BWV 27)
      (pp. 69-76)

      Bachs vierde cantate voor de zestiende zondag na Drievuldigheidsdag,Wer weiß, wie nahe mir mein Ende, was bestemd voor een uitvoering in Leipzig op 6 oktober 1726, twee jaar na de vorige cantate. De eerste zin maakt al duidelijk dat de cantate inhoudelijk aansluit bij de drie andere voor die zondag: een reflectie over de eigen dood.

      De tekst is geschreven door meerdere auteurs. Van drie van de zes delen, of fragmenten ervan, is de bron bekend, van de andere delen niet. Het eerste deel,Wer weiß, wie nahe mir mein Ende,is een combinatie van koraal en recitatief. Het...

  9. V O Ewigkeit, du Donnerwort (BWV 60)
    (pp. 77-90)

    Voor de vierentwintigste zondag na Drievuldigheidsdag zijn van Bach twee cantates bekend:O Ewigkeit, du Donnerwort(BWV 60, 7 november 1723) enAch wie flüchtig, ach wie nichtig(BWV 26, 19 november 1724). BWV 60 behoort tot de eerste jaargang in Leipzig, BWV 26 tot de tweede, de cyclus van koraalparafrasecantates. OokO Ewigkeit, du Donnerwort(BWV 20), de eerste cantate van de tweede jaargang (11 juni 1724, voor de eerste zondag na Drievuldigheidsdag), begint met het koraal. We bespreken hier BWV 60.

    Het evangelie van die zondag verhaalt de opwekking van het dochtertje van Jairus, in de versie van...

  10. Vi

    • Erfreute Zeit im neuen Bunde (BWV 83)
      (pp. 91-99)

      De tekst van de vijfdelige cantateErfreute Zeit im neuen Bunde, van een onbekende auteur, is een combinatie van vrije poëzie met letterlijke Bijbelcitaten en referenties aan Bijbelboeken:

      1.De aria Erfrete Zeit im neuen Bunde zet onmiddellijk de toon voor een positieve interpretatie van het sterven: het laatste uur is een vreugdemoment, vanwege het geloof in Jezus.

      2.Het tweede, ook als aria betiteld deel, Herr, nun lässest du deinen Diener, citeert Luthers Duitse vertaling van het Nunc dimittis. Het wordt onderbroken door een interpreterende commentaar: de dood, op zich schrikwekkend, biedt toegang tot het ware leven, als bevrijding uit de...

    • VII Trauer-Ode: Laß, Fürstin, laß noch einen Strahl (BWV 198)
      (pp. 113-124)

      Op politiek gebied behoorde Leipzig tot het keurvorstendom Saksen, met als residentiestad Dresden. Friedrich August I (1670-1733) volgde in 1694 zijn vroegtijdig overleden oudere broer op. In 1697 bekeerde hij zich tot het katholicisme om de Poolse troon te kunnen verwerven, met de titel van koning August II. Hij is vooral bekend onder de bijnaam August de Sterke en hield er een weelderige hofhouding op na, met een prestigieuze hofkapel, waar Bach met bewondering naar opkeek. De componist onderhield dan ook nauwe contacten met de beroemdste virtuozen uit de hofkapel van de keurvorst. Tot hen behoorden de fluitist Johann Joachim...

  11. Besluit
    (pp. 125-128)

    Terwijl de artistieke kwaliteiten en de vaak verpletterende intensiteit van Bachs muziek niet ter discussie staan, zijn de teksten van zijn cantates vaak het voorwerp van scherpe kritiek. Hierbij verliest men uit het oog dat deze teksten – vooral die van de recitatieven en de aria’s – geschreven zijn met een functionele intentie: ze dienen als interpretatie en duiding van de lezingen uit de Bijbel, vooral van het evangelie. Artistieke pretentie is er niet in te zoeken. De soms gezwollen taal en gezochte beelden zijn nu eenmaal eigen aan de barokke poëzie. Dat taalgebruik is veelal direct ontleend aan de Bijbel of...

  12. Literatuur
    (pp. 129-132)
  13. Illustratieverantwoording
    (pp. 133-134)
  14. Terminologie
    (pp. 135-138)
  15. Index van namen
    (pp. 139-140)
  16. Index van geciteerde werken van Bach
    (pp. 141-142)
  17. Back Matter
    (pp. 143-144)