Andere tijden, andere leiders?

Andere tijden, andere leiders?: Een beschrijving en analyse van leiderschapspraktijken op het bovenschoolse niveau

Liesbeth Piot
Volume: 47
Copyright Date: 2015
Published by: Leuven University Press,
Pages: 282
https://www.jstor.org/stable/j.ctt14jxt3n
  • Cite this Item
  • Book Info
    Andere tijden, andere leiders?
    Book Description:

    Praktische gids over schoolleiderschap voor onderzoekers en directeurs. In Andere tijden, andere leiders? gaat Liesbeth Piot in op de gevolgen van schaalvergroting voor schoolleiderschap, met name in scholengemeenschappen. Aan de hand van een uitgebreide literatuurstudie en enkele concrete situaties uit de praktijk concludeert de auteur dat het schoolleiderschap wel degelijk aan verandering onderhevig is. Directeurs van scholengemeenschappen dienen afwegingen te maken tussen wat in het belang is van hun school en in hoeverre dit te verenigen is met belangen van anderen. Terwijl tegengestelde belangen er soms toe leiden dat directeurs zich terugtrekken uit een samenwerking, biedt een scholengemeenschap hen tegelijkertijd ook een belangrijke bron van ondersteuning doordat ze deel uitmaken van een groep van gelijkwaardige collega’s waarmee ze hun (emotionele) ervaringen kunnen delen. Het boek biedt een overzicht van de factoren die een rol spelen bij het bovenschoolse leiderschap en wil zo een gids vormen voor onderzoekers en directeurs.

    eISBN: 978-94-6166-148-7
    Subjects: Education

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-10)
  3. Inleiding
    (pp. 11-16)

    Andere tijden, anders leiders? In dit boek stellen we de vraag of schoolleiderschap vandaag anders verloopt als gevolg van de veranderingen die scholen de voorbije jaren hebben ondergaan. Meer specifiek concentreren we ons op de gevolgen van één verandering – schaalvergroting – op het leiderschap.

    In Vlaanderen manifesteert deze schaalvergroting zich (onder meer) in de vorm van scholengemeenschappen in het basis- en in het secundair onderwijs (zie bijvoorbeeld Devos, Van Petegem, Delvaux, Feys, & Franquet, 2010). Scholen uit eenzelfde geografische omgeving werken vrijwillig samen en nemen een aantal taken op schooloverstijgend niveau op (het bovenschoolse niveau of niveau van de scholengemeenschap)....

  4. Deel 1. Een Literatuurstudie
    • Hoofdstuk 1 Probleemstelling, onderzoeksvragen en methoden
      (pp. 19-24)

      Schoolleiderschap wordt doorheen de tijd algemeen erkend als een centraal element van het onderwijs. Hoe we naar schoolleiderschap kijken en wat het precies inhoudt, evolueert echter doorheen de tijd (Leithwood & Duke, 1999). Anders gezegd, de theorie en praktijk van schoolleiderschap veranderen. Recent kunnen we in Vlaanderen – net als in de meeste Westerse landen – twee evoluties onderscheiden die een aanzienlijke impact hebben gehad op schoolleiderschap.

      Ten eerste is er een gewijzigde opstelling van de onderwijsoverheid in haar beleid. Er is meer en meer sprake van een faciliterende of zich terugtrekkende overheid, waarbij steeds meer autonomie en beslissingsbevoegdheden naar het...

    • Hoofdstuk 2 Definitie en conceptualiseringen van schoolleiderschap
      (pp. 25-60)

      Eenduidig omschrijven wat schoolleiderschap inhoudt, blijkt geen gemakkelijke opgave. Dit vertaalt zich in het ontbreken van een algemeen aanvaarde definitie in de literatuur (Bush, 2003; Bush & Glover, 2003; Coleman & Earley, 2005; Leithwood & Duke, 1999; Vandenberghe, 2008). Toch is er overeenstemming over een aantal bepalende kenmerken van schoolleiderschap en de verhouding met de verwante termen ‘management’ en ‘administratie’. In wat volgt verduidelijken we eerst de verhouding tussen leiderschap, management en administratie. Daarna bespreken we een aantal essentiële eigenschappen van schoolleiderschap. Op basis hiervan stellen we vervolgens een definitie van schoolleiderschap (en -management) voor.

      Leiderschap, management en administratie zijn aanverwante begrippen, die...

    • Hoofdstuk 3 Een geïntegreerd conceptueel kader van schoolleiderschap
      (pp. 61-72)

      In dit hoofdstuk stellen we een conceptueel kader voor om schoolleiderschap te bestuderen in onderwijsorganisaties die groter worden en die geacht worden een eigen lokaal beleid te ontwikkelen (zie hoofdstuk 1), zoals scholengemeenschappen. Het wil een geïntegreerd overzicht bieden van de constitutieve elementen van schoolleiderschap (afkomstig uit de conceptualiseringen van schoolleiderschap besproken in hoofdstuk 2) en hun onderlinge relaties.

      Het conceptueel kader kan ook dienst doen als landkaart om te navigeren doorheen de theorievorming en het onderzoek over schoolleiderschap. Met andere woorden, het conceptueel kader is een model of kaart waarop relevante factoren en dimensies van schoolleiderschap gesitueerd worden. Belangrijk...

  5. Deel 2. Leiderschapspraktijken bestuderen vanuit een micropolitiek perspectief
    • Hoofdstuk 4 Een analyse van leiderschapspraktijken in vier scholengemeenschappen
      (pp. 75-104)

      In dit hoofdstuk stellen we een onderzoek voor naar de samenwerking tussen directeurs in vier scholengemeenschappen. Aldus stellen we de leiderschapspraktijken op het bovenschoolse niveau centraal. Hiertoe gebruiken we de micropolitieke theorie, die stelt dat organisatieleden handelen vanuit hun belangen. Deze theorie laat toe te analyseren of en op welke manier de belangen van directeurs een invloed hebben op de feitelijke samenwerking in scholengemeenschappen. Op basis van interviews met de leden van de colleges van directeurs, maakten we kwalitatief-interpretatieve gevalsstudies van vier Vlaamse scholengemeenschappen (twee uit het basis- en twee uit het secundair onderwijs). In drie van deze scholengemeenschappen bleek...

  6. Deel 3. Analyse van de feitelijke interacties op het bovenschoolse niveau
    • Hoofdstuk 5 Een interactieve benadering van kaderanalyse
      (pp. 107-146)

      Onze onderzoeksinteresse gaat uit naar besluitvorming door het college van directeurs op het bovenschoolse niveau. We veronderstellen dat directeurs hiertoe met elkaar in interactie treden en onderhandelen over de betekenis die men geeft aan bepaalde kwesties. Het college van directeurs neemt beslissingen immers in principe in overleg. De coördinerend directeur functioneert hierbij als een ‘primus inter pares’ en bekleedt dus geen hiërarchisch hogere positie. In deze zin is er sprake van een verschuiving in het patroon van de organisatie van hiërarchisch leiderschap naar meer gelijkwaardige vormen van leiderschap waarin ieder de verantwoordelijkheid heeft om te definiëren wat er aan de...

    • Hoofdstuk 6 Methodologie en methoden
      (pp. 147-170)

      In dit hoofdstuk beschrijven we zowel de methodologie die aan de basis ligt van deze deelstudie als het concrete opzet en de gebruikte methoden van dataverzameling en -analyse.

      De methodologie verwijst naar de theoretische en filosofische uitgangspunten die aan de basis liggen van het onderzoek (Brewer, 2000). In die zin behoort kaderanalyse (zie hoofdstuk 6) als analytisch kader ook tot onze methodologie. Zoals de term kaderanalyse zelf suggereert, beschouwen we het immers als een benadering die zowel een theoretisch kader als een onderzoeksmethodologie biedt. We menen echter dat het als onderzoeksmethodologie een aanvulling behoeft voor de studie van concrete interacties....

    • Hoofdstuk 7 Analyse van het dossiertraject over het nieuwe evaluatiereglement
      (pp. 171-208)

      Reeds van in 2009 werken de directeurs van De Klimop, De Kring en De Wandelaar, samen25met de coördinerend directeur, aan een nieuw reglement voor de evaluatie van het personeel, dat zal gelden in elk van de scholen26. De scholen dienen de nieuwe decretale bepalingen (daterend van 2007) immers te vertalen in hun eigen evaluatiereglement (zie ook Tuytens, 2012). Hierbij is men vertrokken van een aantal documenten (artefacten), zoals het oude evaluatiereglement van de scholengemeenschap en een ontwerptekst aangeboden door het Vlaams Verbond van het Katholiek Secundair Onderwijs (VVKSO). Figuur 8 biedt een overzicht van deze artefacten, alsook van degene...

    • Hoofdstuk 8 Analyse van het dossiertraject over de toekomst van de scholengemeenschap
      (pp. 209-236)

      De aanleiding voor dit dossier is het aflopen van de huidige samenwerkingsovereenkomst van de scholengemeenschap en het opstarten van een nieuwe in het volgende schooljaar. Naar aanleiding hiervan heeft men in het voorjaar van 2011 de scholengemeenschap geëvalueerd en gesprekken gevoerd over de toekomst van de scholengemeenschap. Hierbij hield men er ook rekening mee dat de huidige coördinerend directeur, die op het moment van de gesprekken voltijds werkte, vanaf 1 januari 2012 halftijds zou werken tot 31 augustus 2014, waarna ze op pensioen zou gaan.

      Het dossiertraject strekt zich uit over drie vergaderingen. Tijdens de vergadering van 31 mei 2011...

    • Hoofdstuk 9 Samenvattend antwoord op de onderzoeksvragen
      (pp. 237-250)

      Deze deelstudie spitste zich toe op de processen van besluitvorming door het college van directeurs (en de afgevaardigden van inrichtende machten) op het bovenschoolse niveau. Om deze processen te bestuderen, maakten we gebruik van een interactieve benadering van kaderanalyse, zoals ontwikkeld in de sociale en organisatiepsychologie. Deze benadering stelt lokale, collectieve processen van betekenisgeving centraal. In hoofdstuk 5 boden we een overzicht van de centrale kenmerken van deze benadering. We vatten deze kort samen.

      Kaderen houdt in dat men bepaalde aspecten van een kwestie belicht, zodat men deze kwestie op een bepaalde manier definieert of problematiseert, oorzaken aanwijst, een morele...

  7. Slot
    (pp. 251-268)

    In dit boek rapporteren we over drie studies, die gedeeltelijk overlapten in de tijd, alle drie gericht op het verwerven van inzicht in ‘bovenschools leiderschap’. Elke studie staat op zichzelf. De studies hebben elkaar echter ook geïnspireerd: de (voorlopige) resultaten van een eerdere studie vormden de basis voor de keuzes die we maakten bij het opzetten van een volgende studie.

    In dit slot nemen we het geheel van de studies in beschouwing en komen we terug op de vraag die we stelden aan het begin: Andere tijden, andere leiders? Heeft schaalvergroting, samen met een toegenomen beleidsruimte – in het bijzonder...

  8. Geraadpleegde literatuur
    (pp. 269-282)