Hoe zouden wij graag wonen?

Hoe zouden wij graag wonen?: Woonvertogen in Vlaanderen tijdens de jaren zestig en zeventig

Els De Vos
Copyright Date: 2012
Published by: Leuven University Press,
Pages: 327
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdwns
  • Cite this Item
  • Book Info
    Hoe zouden wij graag wonen?
    Book Description:

    Fascinerend overzicht van noden en wensen bij het bouwen, inrichten en bewonen De decennia 1960-70 vormen een scharniermoment in de geschiedenis van het wonen in Vlaanderen. De toename van de welvaart en de democratisering van het autobezit lagen aan de basis van een suburbanisatiegolf. Tegelijkertijd brachten deze evoluties nieuwe vraagstukken met zich mee. Een douche, auto of televisie kwamen binnen het handbereik van de brede middenklasse, maar hoe ging zij best om met die nieuwe technologieën en waar gaf men deze technologieën een plaats in het huis? Koos je voor traditioneel of modern? In Hoe zouden we graag wonen? belicht Els De Vos de rol van socioculturele middenveldorganisaties die hun leden begeleidden bij het bouwen, inrichten en bewonen van hun huis. Enerzijds fungeerden ze als doorgeefluik tussen architecten, de overheid en bewoners, maar tevens drukten ze als zelfstandige partijen hun ideologische stempel op het wonen. Met de ontzuiling van de samenleving, de commercialisering van het wonen en de groeiende mondigheid van de burger kwam hun opvoedkundige taak echter algauw in het gedrang. Op basis van rijk iconografisch, archivalisch en empirisch materiaal reconstrueert de auteur de geschiedenis van het wonen in Vlaanderen als een dynamisch proces tussen diverse actoren.

    eISBN: 978-94-6166-070-1
    Subjects: Architecture and Architectural History

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. VOORWOORD
    (pp. 5-8)
    Hilde Heynen

    Als het waar is dat Hendrik Conscience zijn volk leerde lezen, dan heeft de Boerinnenbond zijn volk leren wonen. Vanaf de jaren 1920, en met bijzondere ijver in de periode na de Tweede Wereldoorlog, was de bond op allerlei manieren bezig met woongerichte activiteiten. Men organiseerde tentoonstellingen, selecteerde voorbeeldwoningen (woningen die de eerste zondag van de maand door hun bewoners opengesteld werden voor het publiek), verstrekte woonadviezen en verzorgde talrijke publicaties, waaronder de reeksDe Landelijke Woning. De Boerinnenbond was trouwens niet alleen – ook de KAV (Katholieke ArbeidersVrouwen), de SVV (de Socialistische Vooruitziende Vrouwen), de Bond van Grote en...

  3. DANK
    (pp. 9-11)
  4. Table of Contents
    (pp. 12-13)
  5. LIJST VAN AFKORTINGEN
    (pp. 14-15)
  6. 1. "HOE ZOUDEN WE GRAAG WONEN?"
    (pp. 17-31)

    Voor het West-VlaamseProvinciaal Comité ter Bevordering van de Wooncultuurwas het anno 1967 duidelijk: een huis inrichten en bewonen was niet zo gemakkelijk. Maar er was hoop. Het kon geleerd worden. Al in 1931 zette dat comité, toen nog deCommissie voor den Opschik der Werkmanswoningen,zich met hart en ziel in voor een betere wooncultuur. Mevrouw Maria Odile-Van den Berghe, de verslaggeefster van de opstartvergadering, noteerde: "Het spreekt vanzelf dat naarmate de woningstandaard stijgt, en de ontwikkeling en verfijning van ons volk toeneemt, ook de behoefte aan een betere en meer hygiënische levenswijze zich zal veropenbaren. Daarom kan...

  7. 2. DE SPELERS: OVERHEID, MIDDENVELD EN BEWONERS
    (pp. 33-69)

    Deze respondent vond de woonkamer van zijn huis, een voorbeeldwoning van de Boerinnenbond, een meter te smal omdat hij er geen tv op een "verantwoorde manier" kon plaatsen. In het vierde hoofdstuk wordt teruggekomen op de plaatsingsproblematiek van de televisie, maar dit kleine fragment illustreert hoe de woningen, ook de voorbeeldwoningen van de Boerinnenbond, tot stand kwamen in overeenstemming met het wettelijke kader en de huisvestingspolitiek van de overheid. Om subsidies te krijgen via de Wet De Taeye mochten de woonvertrekken van de woning immers niet groter zijn dan een bepaald aantal vierkante meters, afhankelijk van het aantal inwoners.²

    Na...

  8. EXCURSIE 1: DE IDEEËN-WONING VAN KAV
    (pp. 71-93)

    Op 10 mei 1976 opende Rika De Backer, minister van Nederlandse Cultuur en Vlaamse Aangelegenheden, het ideënhuis van de KAV in een nieuwe sociale huisvestingswijk te Lede. Deze kijkwoning avant-la-lettre vormde het hoogtepunt van haar vorming over wooncultuur tijdens de jaren 1960 en 1970. De KAV had wel nog, in samenwerking met het West-Vlaamse Provinciaal Comité voor Hygiëne en Comfort, meegewerkt aan de inrichting van appartementen, maar dit was de eerste – en enige – woning die ze op eigen initiatief openstelde.¹

    Het ideeënhuis was voor de KAV geen voor de hand liggende woning. Vormelijk had het huis met zijn...

  9. 3. DE KEUKEN, HET SYMBOOL VAN TECHNIEK EN COMFORT
    (pp. 95-131)

    Een uitgeruste keuken werd in de vrouwenbladen van de jaren zestig hét symbool van moderniteit, comfort, techniek en welvaart. De keuken was dé plaats waar de moderne techniek op de meest zichtbare wijze doordrong in het alledaagse leven van vrouwen uit de jaren zestig. Volgens een onderzoek uit 1975 nam 85 % van de vrouwen het klaarmaken van de maaltijden voor hun rekening.² De vrouwelijke middenveldorganisaties besteedden dan ook de meeste aandacht aan de keuken die sinds kort haalbaar was voor gezinnen met bescheiden inkomens. Ze beschouwden deze ruimte als het "werkatelier" van de vrouw en de plek bij uitstek...

  10. 4. DE WOONKAMER, DE "ZIEL VAN HET HUIS"
    (pp. 133-169)

    "De woonkamer is de ziel van het huis. Hier ontplooit zich naar de diepte de echte wezenlijkheid van ieder lid van het huisgezin. Hier wordt het kind dagelijks gevormd. Zij is als een kleine conferentiezaal waar tal van problemen die de moderne existentie van de mens bepalen, worden besproken. […] Hier groeit het verantwoordelijkheidsgevoel, hier wordt een gezonde moraal opgebouwd, hier wordt een sterke familiegeest gevoed. De uren doorgebracht in de gezelligheid van de woonkamer zullen het kind een basis zijn in de verdere uitbouw van zijn leven. De woonkamer moet ons toevluchtsoord zijn, onze haven, waar we graag binnen...

  11. 5. DE NATTE CELLEN IN EVOLUTIE
    (pp. 171-201)

    "Dat was een geweldig modern gebouw. Je had centrale verwarming en je had een ligbad," aldus een oorspronkelijke bewoonster van de blokken op het Kiel die gebouwd zijn door Renaat Braem in 1953. Een jongere medebewoonster vulde aan: "Een badkamer, dat was ik weet niet wat! Vroeger was dat aan de pompbak. Dat was een hele evolutie. Ik kon dan met mijn zus in bad, elkaars haar doen".¹ Met hen ervoeren vele referenten die gebouwd hebben in de jaren 1960 de uitgeruste badkamer, maar ook het stromend water, de waterverwarmer en de volautomatische wasmachine als tekenen van moderniteit. In 1947...

  12. 6. PLAATS MAKEN VOOR DE AUTO
    (pp. 203-227)

    Tijdens de jaren zestig veranderden de Vlaamse woningen grondig door de komst van een technisch vernuftig object: de auto.¹ Menig Vlaming werd in die jaren de trotse eigenaar van een blinkende wagen. Het wagenpark steeg van 735 000 in 1960, tot 2 060 000 in 1971, en volgde daarmee de curve van het stijgende aantal verkochte televisietoestellen. Dit betekent dat 35 % van de gezinnen in 1960 een auto had, terwijl dat in 1971 gemiddeld ongeveer 60 % was. Tien jaar later beschikte 66,1 % van de gezinnen over één of meer personenwagens.² Toen hadden 71,9 % van de woningeigenaars...

  13. EXCURSIE 2: DE FERMETTE, 'T IS ALZO GEEN MODEHUIS
    (pp. 229-251)

    Terwijl in de eerste excursie werd ingezoomd op een woning die veeleer atypisch was en is voor de Belgische woningbouwproductie, maar wel als model naar voren werd geschoven door een middenveldorganisatie, wordt in de tweede excursie een populair woonbeeld belicht dat vanaf het einde van de jaren 1960 haar opmars maakte in de Vlaamse verkavelingen en langs de Vlaamse steenwegen: de fermette. Voor de bouwpromotoren was ze een veel gevraagd woningtype, maar in de architectuurkritiek en bij bepaalde intellectuelen werd de fermette verguisd.¹ De fermette dook echter zo frequent op en oefent nog altijd een grote aantrekkingskracht uit – al...

  14. 7. ZO ZOUDEN WE GRAAG WONEN
    (pp. 253-267)

    We staan zelden stil bij onze manier van wonen, want door de routine en vertrouwdheid vinden we het wonen zo evident en vanzelfsprekend. Toch is dat helemaal niet het geval.

    Alle woonhandelingen, de inrichting en het gebruik van ruimten blijken doorspekt te zijn van achterliggende ideeën en ideologieën. Meubelopstellingen, keukentypologieën, de organisatie van het huishouden, de indeling van een woning of de keuze voor een televisie zijn en waren helemaal niet neutraal. Verschillende sociale categorieën hechten daar verschillende betekenissen aan. Dat wordt duidelijk uit de onderzochte woonvertogen van de middenveldorganisaties uit de jaren 1960 en 1970. Elke socio-culturele vormingsorganisatie had...

  15. EINDNOTEN
    (pp. 268-304)
  16. BIBLIOGRAFIE
    (pp. 305-322)
  17. MONDELINGE BRONNEN
    (pp. 323-324)
  18. INDEX VAN PERSONEN EN BEDRIJVEN
    (pp. 325-326)
  19. FOTOVERANTWOORDING
    (pp. 327-327)