De schaduw van Kaïn

De schaduw van Kaïn: Freuds klinische antropologie van de agressiviteit

Jens De Vleminck
Copyright Date: 2013
Published by: Leuven University Press,
Pages: 246
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdx1j
  • Cite this Item
  • Book Info
    De schaduw van Kaïn
    Book Description:

    Filosofische verklaring van agressie als een inherent aspect van de mens. Met het fascinerende thema van de agressiviteit is er iets opmerkelijks aan de hand. In vergelijking met de talloze studies over de Eros wordt er in de geschiedenis van de filosofie relatief weinig aandacht besteed aan de plaats en de rol van de agressiviteit als een oorspronkelijke dimensie van onze menselijke existentie. Behalve in de moraalfilosofische traditie werd de agressiviteit zelden het expliciete voorwerp van wijsgerig-antropologisch onderzoek. Gezien de sociaal-maatschappelijke relevantie van het thema is dit bijzonder merkwaardig. Dit boek wil aan deze lacune tegemoet komen. Het beroept zich op het wijsgerige potentieel van de psychoanalytische traditie om een bijdrage te leveren aan de wijsgerige verheldering van de agressiviteit als een inherent aspect van de menselijke conditie. Het boek presenteert een originele lectuur van Freuds oeuvre en komt daarbij een freudiaanse klinische antropologie van de agressiviteit op het spoor. De schaduw van Kaïn ontwikkelt een genuanceerd en gedifferentieerd perspectief op de problematiek van de menselijke agressiviteit en biedt een alternatief antwoord op een klassieke, DSM-geïnspireerde en al te reductionistische benadering ervan.

    eISBN: 978-94-6166-141-8
    Subjects: Psychology

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-6)
  2. Table of Contents
    (pp. 7-10)
  3. Inleiding Freud als filosoof – Een klinische antropologie van de agressiviteit
    (pp. 11-18)

    Deze plechtstatige verzen vormen niet enkel de aanhef van Homeros’Ilias, maar liggen tevens aan de oorsprong van de Europese literatuurgeschiedenis. In dit wereldberoemde heldendicht bezingt “de beste en goddelijkste [dichter] van allemaal” (Io 530b) de laatste dagen van de Trojaanse oorlog (Plato 1999a: 357). Deze gebeurtenis is geen louter externe aangelegenheid, maar vormt het relaas van het innerlijk proces van de held Achilles. Zijn diepste drijfveren, hartstochten en gevoelens en meer specifiek zijn wrok vormen het centrale thema van ‘het lied van Ilios’. Via de figuur van de snelvoetige Achilles, de meest verhevene van alle Griekse helden (Symposium 179e-180b),...

  4. Hoofdstuk 1 Het sadisme en het masochisme in Drie verhandelingen (1905) – Van de Psychopathia sexualis naar de hysterie
    (pp. 19-46)

    Al te vaak gaat men er van uit dat het thema van de agressiviteit pas zeer laat zijn opwachting maakt in Freuds psychoanalytische theorievorming. Meestal voegt men er zelfs aan toe dat dit pas het geval is vanaf de introductie van de doodsdrift inAan gene zijde van het lustprincipe(1920). Het thema van de agressiviteit is nochtans – zij het dan misschien minder expliciet – reeds vanaf Freuds vroegste geschriften aanwezig.¹ Het is echter met ingang van de publicatie vanDrie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit(1905) dat de agressiviteit via de introductie van de termen van het sadisme...

  5. Hoofdstuk 2 Het sadisme, de vijandigheid en de haat – Van de hysterie naar de dwangneurose (1908-1914)
    (pp. 47-72)

    InDrie verhandelingen over de theorie van de seksualiteit(1905) verankert Freud de thematiek van de agressiviteit voor het eerst in zijn metapsychologie via de concepten van het sadisme en het masochisme. Freud brengt er deze perversies in kaart als de uitvergrotingen van de sadistische en de masochistische perverse tendensen die inherent zijn aan de seksuele drift als dusdanig. Dit impliceert dat Freud de agressiviteit in eerste instantie en bij uitstek thematiseert alsseksueleagressiviteit. Op basis vanDrie verhandelingenkrijgt men dan ook de indruk dat Freudallemogelijke manifestaties van de agressiviteit begrijpt als afgeleide uitdrukkingen van het...

  6. Hoofdstuk 3 Het sadisme, het masochisme en de haat volgens de onderzoeksmatrix van de dwangneurose – Een lectuur van Driften en hun lotgevallen (1915)
    (pp. 73-102)

    In de context van zijn onderzoek van de hysterie onderscheidt Freud de dwangneurose voor het eerst als “een autonome en onafhankelijke aandoening”. Hij spreekt overeenkomstig over een “nosografische innovatie” (1896a: 750).⁹⁷ Nadat Freuds aandacht gedurende een hele periode voornamelijk uitgaat naar de hysterie en de hysterie zich ontwikkelt alshetmodel van de psychoneurose, houdt hij metDe Rattenman(1909) de problematiek van de dwangneurose voor het eerst sinds lange tijd opnieuw tegen het licht. De dwangneurose lost de hysterie af als het belangrijkste model van de psychoneurose.⁹⁸ Het model van de dwangneurose gaat vanaf dan fungeren als Freuds onderzoeksmatrix....

  7. Hoofdstuk 4 Melancholische zelfverwijten, zelfhaat en het raadsel van de zelfmoord – Een lectuur van Rouw en melancholie (1916-1917)
    (pp. 103-136)

    Merkwaardig genoeg wordt FreudsRouw en melancholie(1916-17) zelden besproken als een tekst die handelt over het thema van de agressiviteit. In de literatuur vermeldt men dit werk meestal slechts terloops, als een tekst die een verdere uitwerking vormt van de theorie over het narcisme of als Freuds thematische studie over de melancholie. Wij willen echter argumenteren datRouw en melancholiein een studie over de agressiviteit onmogelijk kan ontbreken. De tekst levert immers ontegensprekelijk een nieuwe en structurele bijdrage aan Freuds thematisering van de agressiviteit, zo zullen we aantonen.Rouw en melancholielegt de vinger op een nieuw klinisch...

  8. Hoofdstuk 5 Agressiviteit en de doodsdrift – Over de melancholie en de morbus sacer (1919-1939)
    (pp. 137-188)

    Aan gene zijde van het lustprincipe(1920) is ontegensprekelijk de meest spraakmakende en gecontesteerde studie uit Freuds gehele oeuvre. Volgens sommigen bracht de publicatie ervan een psychoanalytische aardverschuiving teweeg die zich vertaalt in het tot stand komen van een radicale breuklijn in het freudiaanse oeuvre.¹⁸¹ Anderen benadrukken eerder de continuïteit van dit werk met de voorgaande geschriften. Zij interpreteren de tekst dan als een opnieuw aanknopen bij bepaalde gedachtelijnen uit Freuds postuum gepubliceerdeOntwerp van een psychologie(1895).¹⁸² Behalve door de hermetische stijl en de overweldigende metafysische allure van de tekst, veroorzaakteAan gene zijde van het lustprincipewellicht nog...

  9. Hoofdstuk 6 Mythische moordenaars – Over Oedipus en Kaïn
    (pp. 189-210)

    De band tussen psychoanalyse en mythe is co-existentieel. Dit is niet verwonderlijk, gezien de psychoanalyse haar ontstaan kende in een tijdscontext van een alomtegenwoordige fascinatie voor mythen en sagen. Freuds belangstelling voor archeologie en mythologie da teert uit zijn studentenjaren op het gymnasium en vindt later haar uit drukking in zijn legendarische verzameling parafernalia uit de antieke oudheid. Zijn psychoanalytische oeuvre is natuurlijk de belangrijkste getuige van Freuds voorliefde voor de mythologie. In tegenstelling tot leerlingen als Karl Abraham (1908) en Otto Rank (1909), wijdt Freud zelf geen enkele tekst aan het mythische als dusdanig. Toch is zijn interesse in...

  10. Epiloog De schaduw van Kaïn
    (pp. 211-214)

    Wat is de plaats en het belang van de thematiek van de menselijke agressiviteit in de freudiaanse psychoanalyse? En meer specifiek: op welke manier krijgt de thematiek van de agressiviteit in Freuds teksten concreet gestalte? Deze en aanverwante vragen dringen zich op na de lectuur van Jonathan LearsLove and Its Place in Nature(1998). In de inleiding van dit boek, dat – zoals de titel reeds laat vermoeden – een lofzang vormt op de goddelijke Eros, maakt Lear gewag van de pertinente noodzaak om een afzonderlijke studie te wijden aan het thema van de agressiviteit in de freudiaanse psychoanalyse, inclusief de...

  11. Dankwoord
    (pp. 215-216)
  12. Literatuur
    (pp. 217-232)
  13. Index
    (pp. 233-244)
  14. Personalia
    (pp. 245-246)