Levensrituelen: Dood en begrafenis

Levensrituelen: Dood en begrafenis

Lambert Leijssen
Jan Bleyen
Karel Dobbelaere
Liliane Voyé
Copyright Date: 2007
Published by: Leuven University Press,
Pages: 248
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdx5g
  • Cite this Item
  • Book Info
    Levensrituelen: Dood en begrafenis
    Book Description:

    Deze bundel in de reeks KADOC-studies verschijnt als vierde in een subreeks rond Levensrituelen. Eerder verschenen al Geboorte & doopsel (1996) , Het vormsel (1991) en Het huwelijk (2000) . Dit boek voltooit de serie en staat stil bij de laatste fase in de levensloop: dood en begrafenis. Het opzet van de subreeks bestond erin te beschrijven en na te gaan hoe, telkens bij de belangrijke scharniermomenten in de biografie van een persoon, rituelen worden aangewend die het uitzicht hebben van 'rites de passage'. De vraagstelling van Dood & begrafenis gaat uit van het fenomeen dat, in het vooruitzicht van het levenseinde, bij de dood zelf, onmiddellijk daarop volgend en later; een serie van traditionele rituelen, gebruiken en verhalen de overweldigende ervaring van het sterven in kaart poogt te brengen, te ordenen, te beheersen, kortom er mee om te gaan op een menselijke wijze. De bundel benadert het fenomeen vanuit drie fasen. Met de dood voor ogen" gaat na hoe we aankijken tegen de dood, welke voorstellingen we hebben van het sterven. "Rituelen en zinsduidingen bij de dood zelf" onderzoekt de omgang met het dode lichaam: welke rituelen worden aangewend, onder meer in het perspectief van een verrijzingsgeloof. "Rouwen en herinneren" ten slotte bekijkt de verwerking van het afscheid van de overledene in het rouwproces en de herinnering. Binnen deze driedelige structuur werpen 11 academici vanuit hun discipline en specialisme licht op deze fenomenen. De foto's van Carl Uytterhaegen vormen een visueel verhaal op zich dat de tekstuele bijdragen een nieuwe dimensie geeft."

    eISBN: 978-94-6166-103-6
    Subjects: Religion

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-6)
  3. Ten geleide
    (pp. 7-12)
    Lambert Leijssen, Jan Bleyen, Karel Dobbelaere and Liliane Voyé

    In de reeks KADOC-Studies verschijnt dit boek als vierde in een subreeks rond levensrituelen. Eerder publiceerden wijGeboorte en doopsel¹, Het vormsel² en Het huwelijk³. Nu wordt die thematische subreeks voltooid met de laatste periode in de levensloop: het afscheid en de rouw bij de dood. De opzet van deze subreeks bestond erin te beschrijven en na te gaan hoe bij de belangrijke scharniermomenten in de biografie van een persoon telkens rituelen worden aangewend die het uitzicht hebben van ‘rites de passage’. Dat is de geijkte term in de sociologie sinds Arnold van Gennep, verder uitgewerkt door Ronald Grimes, om...

  4. DEEL 1 MET DE DOOD VOOR OGEN
    • Het gaat niet om het sterven op zichzelf. Een fenomenologisch-antropologische verkenning van sterven en gestorven zijn
      (pp. 15-33)
      Jacques De Visscher

      In de fenomenologie vertrekken we niet van bepalingen of definities, maar van dingen en gebeurtenissen zoals ze ons in het bewustzijn verschijnen; we noemen ze daarom ‘fenomenen’. Die verschijnselen staan niet op zichzelf, maar zijn steeds in een situatie ingebed, ze zijn met andere fenomenen verweven en maken deel uit van onze verhalen en alledaagse intriges, kortom, ze behoren tot onze leefwereld. In die zin is er een fenomeen van de dood, het sterven en het gestorven zijn, dat ons vandaag misschien dramatisch beroert omdat we pas getuige zijn geweest van de vreselijke doodsstrijd van een familielid, maar dat we...

    • Wie vindt een godsdienstige plechtigheid bij een overlijden belangrijk?
      (pp. 35-45)
      Karel Dobbelaere and Jaak Billiet

      Antropologische vindplaatsen leren ons dat volkeren zo divers als Chinezen (de graftombe van de eerste keizer van China in Xian), Inca’s (de koninklijke graftomben van Sipan in Peru) en Europeanen (de Kelten) getuigen van het geloof dat de dood van een mens niet het einde betekent. Men leeft voort en daartoe worden alle benodigdheden mee begraven in het graf. De graftomben in Egypte tonen ook aan dat men geloofde dat de overledene overgeleverd werd aan het oordeel van de goden. Zo leren de hiërogliefen op een sarcofaag, gevonden in Sakkara in 2005, dat de dode onderworpen wordt aan een godsoordeel...

    • Nieuwsgierig naar de achterkant van het leven. Dood, verlies en rouw in de jeugdliteratuur
      (pp. 47-83)
      Rita Ghesquière

      Jeugdliteratuur ontstaat en is ingebed in een bepaalde cultuur. De culturele context zal mee bepalen welke teksten men kinderen en jongeren aanbiedt en of opvoeders en boekenmakers de dood beschouwen als een geschikt of eerder als een ‘ongepast’ onderwerp voor jonge lezers. Volgens Brocher zijn dood en rouw ook sterk cultureel bepaald: “Ziekte, sterven en dood zijn in elke samenleving gebonden aan bepaalde, verschillende rituelen, vormen van rouw en voorstellingen; deze komen aan de ene kant tot uitdrukking in gedragspatronen die samenhangen met de sociale omstandigheden en godsdienstige opvattingen, en worden aan de andere kant bepaald door de verschillende vormen...

    • Het laatste wat we kunnen doen. Pastorale begeleiding bij het levenseinde
      (pp. 85-104)
      Anne Vandenhoeck

      “Dat is het laatste wat we kunnen doen.” Pastores in de gezondheidszorg horen die uitspraak geregeld uit de mond van familieleden die vragen om een ‘berechting’ van de stervende patiënt.¹ De behoefte om afscheid te nemen in en door rituelen blijft ook vandaag van groot belang.² In deze bijdrage willen we ons richten op de christelijke rituelen in de context van het levenseinde van de mens. Voor de kerkgemeenschap en de pastores die gezonden worden naar ziekenhuizen, psychiatrische instellingen, rust- en verzorgingstehuizen en parochies staan christelijke rituelen niet los van de pastorale begeleiding. De pastorale relatie tussen patiënt, bewoner, parochiaan...

  5. DEEL 2 RITUELEN EN ZINSDUIDING BIJ DE DOOD ZELF
    • Dood en overgangsriten
      (pp. 107-117)
      Liliane Voyé

      De dood confronteert ons met de vraag naar de zin van het leven en of er ‘iets’ bestaat na de dood. Daarom zijn er met symbolen beladen ceremonies en een uitgewerkte ritus ontstaan. Volgens sommigen is dat de essentie van de godsdienst en niet de bevestiging van het godsbestaan. Zo beweert Freund: “tout homme est obligé de prendre position face à la mort. Ou bien il ne verra en elle que le terme du processus biologique, commencé avec la naissance, et dans ce cas, il sera a-religieux, voire antireligieux; ou bien il croit à un au-delà de la mort (nirvana,...

    • De rooms-katholieke uitvaartliturgie
      (pp. 119-135)
      Jozef Lamberts

      Nadat een eerste versie al in 1971 was verschenen, publiceerde de Interdiocesane Commissie voor Liturgische Zielzorg in 1993 de vernieuwdeOrde van dienst voor de uitvaartliturgie.¹ Dat liturgische boek is de eigen Nederlandstalige bewerking² van deOrdo Exsequiarumdie in 1969 door de Congregatie voor de Eredienst voor de wereldkerk werd uitgevaardigd. Daarmee beantwoordde de congregatie aan het verlangen van het tweede Vaticaans concilie om de uitvaartliturgie zodanig aan te passen dat het paaskarakter van het christelijk sterven opnieuw duidelijker tot uitdrukking zou komen.³ Dat was in het vroegere rituale uit 1614 helemaal in de schaduw komen te staan van...

    • De belofte van het christelijke verrijzenisgeloof. Een systematisch-theologische reflectie
      (pp. 137-150)
      Lieven Boeve

      De belofte van het verrijzenisgeloof behoort tot de kern van het christelijke geloof. Niet alleen vormt het verrijzenisgeloof het sluitstuk van de christelijke verwachting van een leven-na-de-dood. Bovendien heeft het alles te maken met het geloof in Jezus de Christus. In Jezus, zo belijden en geloven christenen, openbaarde God zich ten voeten uit als liefde. Geloven in de verrijzenis is geloven dat die liefde garant staat voor de hoop dat niets dat goed is, verloren gaat. In deze bijdrage beogen we in een aantal systematisch-theologische overwegingen de contouren van het christelijke verrijzenisgeloof te presenteren. Daartoe gaan we eerst in op...

  6. DEEL 3 ROUWEN EN HERINNEREN
    • Verlies verwerken is rouwarbeid verrichten. Hoe kan men daarbij helpen?
      (pp. 153-175)
      Manu Keirse

      Rouw verwijst naar de psychologische, gedragsmatige, sociale en lichamelijke reacties op de ervaring van verlies.¹ Uit die definitie kunnen vijf belangrijke implicaties worden afgeleid.

      1. Rouw wordt ervaren op vier belangrijke wijzen: psychologisch (door gevoelens, cognities, percepties, attitudes en filosofie/spiritualiteit), gedragsmatig (door persoonlijke actie, houding of gedrag), sociaal (door reacties op en interacties met anderen) en fysiek (door lichamelijke symptomen en fysieke gezondheid).

      2. Rouw is een voortdurende ontwikkeling. Het is geen statische toestand, maar houdt in de loop van de tijd veel veranderingen in.

      3. Rouw is een natuurlijke en te verwachten reactie. De afwezigheid ervan, vaak gerechtvaardigd door factoren die eigen...

    • De verwevenheid van het private en het publieke in rouw en oorlogsherinnering
      (pp. 177-205)
      Johan Meire

      Op 19 juli 1919 werd in Londen een grootse viering van de geallieerde overwinning georganiseerd, drie weken na de ondertekening van het verdrag van Versailles.¹ Troepen uit alle geallieerde legers werden uitgenodigd voor een overwinningsmars, de centrale gebeurtenis in deze feestelijkheden. Tijdens die enorme parade, waaraan 18.000 manschappen deelnamen, kon de bevolking ook de tanks, loopgraafmortieren en ander modern wapentuig zien die de oorlog tot de grootste militaire gebeurtenis uit de geschiedenis hadden gemaakt. Langs de Londense Mall werden zuilen opgericht waarop de namen van de belangrijkste veld- en zeeslagen stonden geschreven. Na de middag werd de toeschouwers van de...

    • Is de dood een nieuw probleem? Verhalen van teloorgang
      (pp. 207-234)
      Jan Bleyen

      In deze bijdrage historiseer en deconstrueer ik de opvatting dat de dood eennieuwprobleem zou zijn. In het nog jonge onderzoek naar de dood was de idee van een verarmde cultuur van dood en rouw eerst succesvol, maar werd ze, zeker sinds de jaren 1990, ontmaskerd als een uiting van cultuurpessimisme: slechts dankzij retorische kunstgrepen, zoals generalisering en idealisering, konden verhalen van teloorgang overtuigen. Tot slot toon ik dat de klacht over het nieuwe probleem in het publieke spreken allerminst nieuw is. Reeds in de jaren 1950 werd de dood als een nieuw probleem ontdekt.

      “Dood, begrafenis, rouwperiode. […]...

  7. Bibliografie
    (pp. 235-245)
  8. Auteurs
    (pp. 246-247)
  9. Colofon
    (pp. 248-248)