Marie Elisabeth Belpaire

Marie Elisabeth Belpaire: Gender en macht in het literaire veld, 1900 - 1940

GERALDINE REYMENANTS
Copyright Date: 2013
Published by: Leuven University Press,
Pages: 288
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdxfb
  • Cite this Item
  • Book Info
    Marie Elisabeth Belpaire
    Book Description:

    Naar aanleiding van haar 95ste verjaardag schreef de Vlaamse kunstcriticus Jozef Muls dat Marie Elisabeth Belpaire ‘steeds de vrouw van goede smaak was gebleven. Zij zou haar wezen nooit ontsierd hebben door ambities of werk die niet van haar kunnen waren.' Hoewel bedoeld als eerbetoon, deed hij haar met die woorden onrecht aan. Marie Elisabeth Belpaire was immers een van de weinige vrouwen die er in de eerste decennia van de twintigste eeuw in slaagde om de dominantie van mannelijke auteurs, redacteurs en critici in het literaire veld te doorbreken. Als eigenares en financier van het gezaghebbende literair-culturele tijdschrift Dietsche Warande & Belfort oefende ze een sterke invloed uit op de ideologische en redactionele lijn ervan. Ze werd de vertrouwenspersoon van tal van (katholieke) schrijvers en kunstenaars, politici, professoren en religieuzen, en verwierf, mede door dat uitgebreide netwerk, een niet onaanzienlijke macht in de katholieke Vlaamse (literaire) wereld. Aan de hand van een analyse van de positie van Marie Elisabeth Belpaire in het tijdschrift Dietsche Warande & Belfort en in de oorlogskrant De Belgische Standaard biedt Geraldine Reymenants in dit boek inzicht in het begin-twintigste-eeuwse discours over vrouwelijk schrijverschap en in de gegenderde machtsmechanismen die in het toenmalige literaire veld werkzaam waren.

    eISBN: 978-94-6166-099-2
    Subjects: History

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-6)
  3. Voorwoord
    (pp. 7-8)

    In juli 1910 werden twee gedichten van Maria Broeckx gepubliceerd in het tijdschriftVlaamsche Arbeid. Hoofdredacteur Karel van den Oever had onmiddellijk enthousiast gereageerd toen zij hem de verzen ter publicatie had aangeboden. Wat Van den Oever echter (nog) niet wist, was dat het een grap betrof. Journalist Leo Van Goethem had enkele verzen van de Nederlanders W.G. Van Nouhuys en Marie Metz-Koning aangepast en die onder het pseudoniem Maria Broeckx naar de redactie vanVlaamsche Arbeidgestuurd om de ‘onbevoegdheid’ en ‘onbenulligheid’ van Van den Oever en de andere redactieleden aan te klagen.

    In een ‘interview’ met Maria Broeckx...

  4. Inleiding
    (pp. 9-26)

    “Ik werk onverpoosd, eerst aan mijn vrouwenartikels en dan aan eene reeks artikels over ‘het landleven in de letterkunde’”, schreef Marie Elisabeth Belpaire in juli 1899 aan de schrijver-stationsbediende Emile de Grave. Ze hoopte dat de artikels klaar voor publicatie waren op het moment dat het geheime genootschap Eigen Leven, waarvan ze samen met een twintigtal Vlaamsgezinde katholieken deel uitmaakte, de eigendom zou verwerven van de tijdschriftenHet BelfortenDietsche Warande.¹ Het was een ambitieus plan. Beide tijdschriften hadden immers een gevestigde positie in het literaire veld verworven. De huidige eigenaars zouden ze dan ook niet zomaar opgeven. Toch...

  5. Hoofdstuk I Het schrijverschap van Marie Elisabeth Belpaire tot 1914
    (pp. 27-124)

    Marie Elisabeth Belpaire trad in het laatste decennium van de negentiende eeuw op het literaire en Vlaamse voorplan. Ze werd een van de drijvende krachten achter de oprichting van de geheime gilde Eigen Leven, die de samensmelting van de tijdschriftenDietsche WarandeenHet Belforttot stand bracht. Daardoor ontstond een medium dat een niet onbelangrijke invloed zou uitoefenen op het Vlaamse (literaire) katholieke leven van de eerste decennia van de twintigste eeuw. Als eigenares en redactielid vanDietsche Warande en Belfortstippelde Belpaire de inhoudelijke lijn uit en besliste ze wie geschikt was om eraan mee te werken. Belpaire...

  6. Hoofdstuk II De journalistieke activiteiten van Marie Elisabeth Belpaire in oorlogstijd
    (pp. 125-180)

    “Jan wil mij doen vertrekken. Tia en Betsy willen niet. ‘Wij zullen tot morgen wachten.’”¹ Dat schreef Marie Elisabeth Belpaire op woensdag 7 oktober 1914 in haar dagboek. Ze had, uit optimisme of naïviteit, de oorlogsdreiging die in de zomermaanden van 1914 over Europa waarde, niet ernstig genomen. In juli organiseerde ze nog een Beethovenfestival in De Panne. Wellicht had ze toen niet gedacht dat ze enkele maanden later haar geliefde Antwerpen noodgedwongen voor diezelfde kustgemeente zou inruilen en daar vier jaar ‘in ballingschap’ zou leven. Juli 1914 werd overigens een drukke zomermaand. Bij haar terugkeer uit De Panne bracht...

  7. Hoofdstuk III De tanende invloed van Marie Elisabeth Belpaire, 1918-1940
    (pp. 181-238)

    Na de wapenstilstand van 11 november 1918 keerden de Vlaamse ‘bannelingen’ druppelsgewijs terug naar huis, waar ze de draad van hun leven probeerden op te pikken. Ook in het literaire veld werd gepoogd om de vooroorlogse situatie te herstellen. De expressionistische experimenten die tijdens de Eerste Wereldoorlog in het bezette België hadden plaatsgevonden, werden stopgezet. De expressionistische schrijvers hadden tijdens de oorlog in hun Vlaamse streven immers vaak blijk gegeven van activistische sympathieën en hielden zich uit angst voor vervolging op de achtergrond.¹ Op die manier kwam er opnieuw plaats voor ‘oudere’ schrijvers en tijdschriften, zoalsDietsche Warande en Belfort....

  8. Slotbeschouwing
    (pp. 239-244)

    In haar essayVrouweninvloed(1903) schreef Marie Elisabeth Belpaire dat ze een hekel had aan alle woorden die eindigen op ‘-ism’: “alcoholism, feminism, socialism. De klank alleen heeft al iets zoo vervelends! Wat moet het met de zaak zelve zijn?” Neen, stelde ze, over feminisme zou ze niet spreken. Ze meende dat het weliswaar zeer nuttig en loffelijk zou kunnen zijn, maar feminisme was (te) modern, terwijl zij ouderwets was. “Feminism is splenternieuw - vrouweninvloed is zo oud als de wereld ….”¹ Die invloed van vrouwen zag ze vooral op zedelijk of moreel gebied; nederigheid, aandacht voor het innerlijke leven...

  9. Bijlagen
    (pp. 245-254)
  10. Afkortingen
    (pp. 255-255)
  11. Bibliografie
    (pp. 256-272)
  12. PERSONENINDEX
    (pp. 273-278)
  13. Colofon
    (pp. 279-279)