Antropologie van de godsdienst

Antropologie van de godsdienst: De andere zijde

Valeer Neckebrouck
Copyright Date: 2008
Published by: Leuven University Press,
Pages: 512
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdzkq
  • Cite this Item
  • Book Info
    Antropologie van de godsdienst
    Book Description:

    Met een bijzonder omvangrijke kennis van zaken en een indrukwekkende eruditie wijdt Valeer Neckebrouck de lezer van dit boek in in het domein van de godsdienstantropologie. De auteur beoogt het studieobject te beschrijven, hij bespreekt de grondleggers van de discipline en analyseert de voornaamste tendensen. In elk van de hoofdstukken wordt een uitstekend inzicht geboden in de grote thema’s zoals de definitie van religie. De auteur toont aan de hand van talloze bronnen aan hoe diverse auteurs in de loop van de geschiedenis en in diverse taalgebieden een eigen antwoord hebben geformuleerd. Deze antwoorden worden op een eerlijke en heldere wijze voorgesteld en kritisch doorgelicht. Antropologie van de godsdienst biedt een schat aan bibliografische gegevens, referenties en citaten. Het is niet alleen een inleiding, maar ook een onmisbaar naslagwerk voor de lezer die met kennis van zaken wil deelnemen aan het kritische debat.

    eISBN: 978-94-6166-120-3
    Subjects: Sociology

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-8)
  3. Woord vooraf
    (pp. 9-12)

    Dit boek is een leerboek. Volgens Van DalesGroot Woordenboek der Nederlandse Taalbetekent dat: “een boek waaruit men de een of andere weten schap kan leren”. De wetenschap waarmee dit boek toelaat kennis te maken is een onderdeel of subdiscipline van de culturele antropologie, met name de antropologie van de godsdienst. Het richt zich in hoofdzaak tot twee cate gorieën lezers. In de eerste plaats tot studenten in de sociale wetenschappen die klagen dat zij de grootste moeite hebben om de hand te leggen op een up to date handboek godsdienstantropologie van enige omvang in het Neder lands. In...

  4. 1 Antropologie en religie: de wederwaardigheden van een verhouding
    (pp. 13-62)

    Wanneer omstreeks het midden van de negentiende eeuw de sociale of culturele antropologie¹ als onafhankelijke wetenschappelijke discipline tot stand kwam, gaven haar beoefenaars onmiddellijk blijk van een levendige belangstelling voor religieuze voorstellingen, praktijken, instellingen en ervaringen. Vooral vanaf 1870 zijn zij gefascineerd door het onderwerp.² Zij besteedden buitengewoon veel tijd en aandacht aan de analyse van de sociale en psychologische wortels en functies van het religieuze en alleen vragen in verband met huwelijksgewoonten wisten hen in enigszins gelijke mate te boeien.³ Sprekend over het Victoriaanse tijdperk noemt M. Panoff religie “la grande friandise de l’époque”. Sommige auteurs waren zo in...

  5. 2 Over bestaan en niet bestaan van religie
    (pp. 63-98)

    In het eerste hoofdstuk hebben wij geschetst hoe de culturele antropologie in de loop van de laatste anderhalve eeuw met religie is omgegaan. Wij hebben vastgesteld dat de aard van die omgang grotendeels bepaald is geworden door contextuele, conjuncturele en ideologische factoren. In de vier volgen de hoofdstukken nemen wij ons voor te antwoorden op de vraag waarom de culturele antropologie niet om het onderwerp religie heen kan, op gevaar af haar taak niet naar behoren te vervullen. Uit dat antwoord zal blijken dat de redenen waarom de religieuze werkelijkheid door de antropoloog niet over het hoofd mag worden gezien,...

  6. 3 Een universeel fenomeen
    (pp. 99-160)

    Het bestaan van religie volstaat ruimschoots om haar blijvend op de agenda van de culturele antropologie te houden. Maar er is meer. Religie bezit daar naast ook een paar kenmerken die onvermijdelijk de aandacht van de antropoloog op haar moeten vestigen. Een daarvan is haar universaliteit. Een instelling die kan bogen op dat attribuut is immers meer “menselijk relevant”, en prikkelt dan ook sterker de vraag naar een verklaring, dan een fenomeen dat slechts nu en dan in de geschiedenis opduikt of uitsluitend in bepaalde maatschappijen wordt aangetroffen.¹

    Al in de Griekse Oudheid was men ervan overtuigd dat godsdienst een...

  7. 4 Rare buitelingen
    (pp. 161-178)

    De beslissende reden waarom de antropoloog zich met religie dient in te laten is dat zij nu eenmaal een sociaal gegeven, een cultureel feit is. De universaliteit van dat gegeven roept belangrijke bijkomende vragen op en stimuleert in die zin ontegensprekelijk verder de interesse. Een motief om de belangstelling te voeden dat specifiek zou zijn voor religie verschaft zij echter niet. Verwantschap, taal, economie, politiek, kunst zijn tenslotte even universeel als religie. Bovendien heeft M. Spiro terecht de vraag gesteld of de studie van de godsdienst werkelijk zoveel minder boeiend zou zijn indien zou blijken dat één – en wij kunnen...

  8. 5 Religie en cultuur
    (pp. 179-190)

    Naast haar louter bestaan, haar universaliteit en haar intrigerend karakter, is er nog een andere reden waarom de antropologie religie niet uit haar aandachtsveld kan bannen. E.B.Tylor, die soms de vader van de culturele antropologie wordt genoemd, definieert op de eerste bladzijde van zijn bekendste werk cultuur als “that complex whole which includes knowledge, belief, art, law, morals, custom and any other capabilities and habits acquired by man as a member of society”.¹ Daarmee gaf hij de jonge wetenschap van bij de aanvang een holistische oriëntatie mee. De omschrijving van cultuur als “een complex geheel” rechtvaardigt de overtuiging van de...

  9. 6 De definitie van religie: noodzaak en mogelijkheid
    (pp. 191-214)

    In de hoofdstukken die voorafgaan hebben wij het voortdurend gehad over religie zonder aan te geven wat wij precies onder die term verstaan. Het is dan ook de hoogste tijd om de betekenis die wij aan deze voor dit boek centrale notie verlenen nader te omschrijven. Dat proberen wij in dit en in de twee daarop volgende hoofdstukken te doen.

    Wij kunnen moeilijk de eigenlijke behandeling van het probleem van de definitie van de godsdienst aanvatten zonder eerst een aantal voorafgaande vragen onder ogen te nemen. Is er nood aan een dergelijke definitie? Heeft zij enig nut? Behoort zij tot...

  10. 7 De definitie van religie: oefeningen
    (pp. 215-240)

    In een boek gepubliceerd in 1912 bespreekt J. Leuba vijftig verschillende pogingen om godsdienst te definiëren.¹ Hun aantal is in de afgelopen eeuw met een veelvoud daarvan toegenomen. Zij zijn het werk van filosofen, antropologen, sociologen, theologen, historici, psychologen, biologen, juristen, ethici, politici, politicologen, dichters, romanschrijvers, religieuze ambtsdragers, mystici en essayisten van de meest diverse ideologische pluimage: christenen, boeddhisten, hindoeïsten, islamieten, vrijmetselaars, agnosten, atheïsten, neopaganen, enz. Het veld van de definitie van religie is een woud waarin men verloren loopt, een zee waarin men verdrinkt.

    Op die enorme proliferatie van definities, en daarmee samenhangend op de blijkbare onmogelijkheid om op...

  11. 8 De definitie van religie: substantieel of functioneel?
    (pp. 241-306)

    Alhoewel soms het tegenovergestelde wordt beweerd¹, bepaalt het onderscheid tussen substantiële en functionele definities ook vandaag nog grotendeels de discussie omtrent de definitie van religie. Ik begin dit hoofdstuk met de evocatie van een drietal historische figuren waarvan het werk op concrete wijze de inzet blootlegt van de twist tussen de aanhangers van beide types definitie in de beginfase van de controverse. Vervolgens bespreek ik de voor-en nadelen van beide visies om te eindigen met het rechtvaardigen van mijn eigen keuze. Maar eerst: wat verstaat men in deze context onder de termen substantieel en functioneel?

    Een substantiële of essentialistische definitie²...

  12. 9 Het wetenschappelijk karakter van de godsdienstantropologie
    (pp. 307-350)

    Ter aanduiding van de discipline waartoe dit boek wil inleiden, gebruikt men vaak de termreligieuze antropologie(anthropologie religieuse,religious antropology,antropología religiosa, enz.) Die terminologie kan bij oningewijden aanleiding geven tot misverstand, omdat zij schijnt te suggereren dat er een religieuze manier bestaat om aan antropologie te doen of dat de antropologie een inherente hoedanigheid bezit die van haar een religieuze aangelegen heid maakt en haar zodoende onttrekt aan de jurisdictie van de wetenschap. Er bestaat geen religieuze manier om antropologie te bedrijven en de antro pologie is niet religieus in de betekenis waarin wij, op grond van hun...

  13. 10 De agenda van de godsdienstantropoloog
    (pp. 351-388)

    Dit hoofdstuk is gewijd aan de opdrachten die de godsdienstantropoloog in de beoefening van zijn discipline moet trachten tot een goed einde te brengen. Men mag niet verwachten dat in dit kader de methodologie van de antropo logie of zelfs van de godsdienstantropologie in haar geheel wordt behandeld. In de uiteenzetting die volgt ligt het accent opwatde godsdienstantropoloog doet, eerder dan ophoehij het moet doen of niet mag doen. Voor dat laatste verwijs ik naar de bestaande methodologische handleidingen.¹ De lezing vandit hoofdstuk is in geen geval een substituut voor het raadplegen van die literatuur. Eenpaar...

  14. 11 Op zoek naar een methode
    (pp. 389-422)

    Niets is werkelijk eenvoudig voor de antropoloog op het terrein, vooral als het om een eerste veldtrip gaat. Wel zijn er dingen die moeilijker zijn dan an dere. In het algemeen zijn antropologen het er over eens dat van alle objecten die zij bestuderen religie hen de meeste kopzorgen oplevert. Lewis Henry Morgan, een van de grondleggers van de antropologie, had dat, vanuit zijn specifiek evolutionistische standpunt, reeds opgemerkt:

    The growth of religious ideas is environed with such intrinsic difficulties that it may never receive a perfectly satisfactory exposition.¹

    Vele anderen zouden na hem tot hetzelfde inzicht komen:

    Religion seems...

  15. 12 Religieus geloof en godsdienstantropologisch onderzoek
    (pp. 423-452)

    Tijdens mijn veldwerk in Kenya ontmoette ik een jonge Noordamerikaanse antropoloog wiens onderzoek zich toespitste op een of ander probleem uit de economische antropologie. Tijdens het gesprek dat wij hadden liet hij zich op een bepaald moment ontvallen: “Van de religie van het volk dat ik bestudeer begrijp ik weinig, eigenlijk zo goed als niets.” En na een ogenblik stilte: “Soms vraag ik mij af of dat onvermogen iets te maken heeft met het feit dat ik zelf niet godsdienstig ben.” Met die bedenking rakelde hij een problematiek op die antropologen al lang bezighoudt, namelijk de vraag naar de relatie...

  16. 13 Dimensies van het religieuze
    (pp. 453-502)

    Tot nog toe hebben wij het in dit boek praktisch uitsluitend gehad over religie in eerder abstracte termen. De bedoeling van dit afsluitend hoofdstuk is de inhoud van het concept wat dichter bij te brengen, enigszins concreter te maken, door in het kort de constituerende aspecten ervan aan te geven en van een summier commentaar te voorzien. De inhoud van dit hoofdstuk is dan ook bijzonder elementair. Als ik mijzelf heb laten verleiden om het toch op te nemen, is dat omdat ik uit ervaring weet dat, ondanks de enorme uitbreiding van de moderne mogelijkheden om zich te informeren, de...