Dans in België 1890-1940

Dans in België 1890-1940

Staf Vos
Copyright Date: 2012
Published by: Leuven University Press,
Pages: 386
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qdzp5
  • Cite this Item
  • Book Info
    Dans in België 1890-1940
    Book Description:

    Pioniersstudie over dans in de Belgische kunstwereld Dans in België brengt het boeiende verhaal van vijftig jaar dansgeschiedenis. Lang vóór er sprake was van De Keersmaeker of Béjart dacht men in Brussel en Antwerpen al na over de plaats van dans tussen de kunsten. Terwijl dans in de late negentiende eeuw gebukt ging onder een kwalijke reputatie, veroverde de kunstvorm in de periode 1890-1940 een belangrijke plaats in het Belgische artistieke landschap. Staf Vos toont hoe buitenlandse dansers, van Isadora Duncan en Les Ballets Russes tot Rudolf von Laban, als voorbeeld dienden voor binnenlandse initiatieven. Daarnaast vertelt dit boek over filosofen, kunstenaars, pedagogen en politici die werden getroffen door de kracht van dans. De lezer krijgt hierdoor een originele kijk op het Belgische artistieke en intellectuele leven in de vroege twintigste eeuw.

    eISBN: 978-94-6166-072-5
    Subjects: History

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. I-IV)
  2. Table of Contents
    (pp. V-VIII)
  3. Woord van dank
    (pp. 1-2)
  4. Inleiding
    (pp. 3-12)

    In het ‘Avant-propos’ tot zijnLa danse à travers les âges et les paysuit 1935 meende Emile Bodeux zich te moeten verantwoorden waarom hij een boek wijdde aan de dans. Het was vermoedelijk de eerste afzonderlijk gepubliceerde monografie over dansgeschiedenis in het België van de twintigste eeuw.² De Brusselse theatercriticus wist dat de dans, en zeker het ballet, door sommige collega’s nog wantrouwig werd bekeken. Louter technisch of sensueel lichaamsvertoon, al vond het dan plaats in een prestigieus operagebouw, kon toch geen hoogstaande ‘kunst’ opleveren? Om tegemoet te komen aan de verwachtingen van romantisch ingestelde kunst- en muziekliefhebbers, wilde...

  5. Deel I Dans als kunst 1890-1920

    • [Deel I Introduction]
      (pp. 13-16)

      Op het einde van de negentiende eeuw had de kunstdans een statusprobleem. De lage sociale reputatie van de danseres als ‘publieke vrouw’ – in verschillende gradaties – versterkte de lage artistieke reputatie van de dans als kunstvorm. De ballettaal had de romantici van de jaren 1830 nog in vervoering gebracht, maar enkele decennia later wilden de wagnerianen het ballet van het podium bannen omdat het het sacraleGesamtkunstwerkstoorde of zelfs ontheiligde. Ondanks, of juist dankzij dit alles was hetfin de siècletegelijk de bakermat van een nieuw dansideaal. In het eerste deel van dit boek wordt onderzocht hoe...

    • HOOFDSTUK 1 Wie is er bang voor de danseres? Dans en verbeelding in het fin de siècle
      (pp. 17-44)

      In de romanBruges-la-morte(1892) volgde het hoofdpersonage Hugues Viane de vrouw die zo sprekend op zijn overleden echtgenote leek. Hij liep haar na tot in het theater, waar net een operavoorstelling begon. Viane, die tot dan toe in een haast ascetische rouw was geweest, werd bedwelmd door de muziek, een sensatie die hij sinds de dood van zijn vrouw niet meer had gekend. Maar het was vooral de dubbelgangster van zijn echtgenote die hem van de rouw in de roes had gebracht. Toen hij zich realiseerde dat ze wel een actrice kon zijn, brak zijn ziel bij deze heiligschennis....

    • HOOFDSTUK 2 Natuurlijke discipline De ‘vrije’ solodans en de danspedagogie
      (pp. 45-78)

      De theaterdans had rond de eeuwwisseling een bedroevende reputatie. Wagner had het eigentijdse ballet uit de opera verbannen. Na de zeventiende-eeuwse adellijke paleizen en negentiende-eeuwse burgertheaters, vond het zijn thuis nu in de variététheaters. Wagners kritiek bevestigde reeds oudere negatieve oordelen over het beperkte artistieke maar ook morele gehalte van de ballerina. Tegelijk legde hij ook de basis voor de opwaardering van de dans, door zijn verheerlijking van de Griekse beschaving en zijn ideaal vanGesamtkunst. De Franse symbolisten hadden op hun beurt gewezen op een paar excentrieke danseressen die als het ware ‘poëzie’ dansten. Zij doelden daarmee niet op...

    • HOOFDSTUK 3 Geraffineerde verleiding De Ballets Russes en de herwaardering van het ballet
      (pp. 79-106)

      In 1910 publiceerde de Antwerpse literator en kunstcriticus André de Ridder zijn novelleGesprekken met den wijzen jongeling. Als een waredécadentpleitte hij er voor een kunsten levensgenot dat zich niet door morele of politieke, maar door esthetische criteria liet inspireren. Deze levenswijsheid liet hij door de Wijze Jongeling verkondigen aan diens kompaan Maurits. De weg naar het geluk, zo vertelde de Jongeling, bestond erin ‘heel uw zinnelijk wezen, zoo intens mogelijk te oefenen, […] te verfijnen of […] te zuiveren’, zodat het in staat was ‘talrijkste en verscheidenste sensaties’ zo diep mogelijk te ervaren. Hij voerde Maurits daarom...

  6. Deel II Tegenbeelden 1921-1929

    • [Deel II Introduction]
      (pp. 107-110)

      In de jaren twintig kende België een golf van institutionalisering van de dans als kunstvorm. Daarmee werden de artistieke impulsen die België vóór de Eerste Wereldoorlog uit de omringende landen bereikten, verder toegeëigend. Het succes van dans zorgde ervoor dat men niet moest wachten op uitzonderlijke recitals van buitenlandse artiesten, maar dat men ook in eigen land voorstellingen van nieuwe instellingen kon bezoeken. Zo richtte de directie van de Koninklijke Vlaamsche Opera in Antwerpen in 1923 een eigen balletgezelschap op dat de internationale tendensen op het podium moest brengen, terwijl ook in Brussel de druk werd opgevoerd om het ballet...

    • HOOFDSTUK 4 ‘Een opera zonder ballet is onmogelijk’ Nieuwe wegen voor het ballet in Antwerpen en Brussel
      (pp. 111-142)

      Tot het begin van de jaren twintig leek de positie van de Brusselse Koninklijke Muntschouwburg in België onaantastbaar. De voornaamste ‘lyrische scène’ van het land – een gangbare term voor operahuis – had ook het beste balletgezelschap. Daarnaast waren Luik, Antwerpen, Gent, Namen, Bergen en Verviers niet onverdienstelijk. Maar vanaf 1923 kwam er een sterke uitdager bij in het Belgische dansveld. De directie van de Koninklijke Vlaamsche Opera in Antwerpen besloot immers een moderne balletgroep op te richten en zo niet alleen de concurrentie met het Antwerpse Théâtre Royal Français, maar ook met de Muntschouwburg aan te gaan. Het jonge...

    • HOOFDSTUK 5 Het eeuwige duel Bevrijding en beheersing in de kunstdans buiten het ballet
      (pp. 143-180)

      Isadora Duncan werd in 1921 gastvrij ontvangen door de Brusselse artistiekebeau monde. Na afloop van haar laatste optreden, op 11 juni, was er ten huize Jules Destrée een intieme receptie om afscheid te nemen van de Amerikaanse beroemdheid. Destrée was literator, maar ook socialistisch politicus en op dat moment minister van Kunsten en Wetenschappen. Hij stichtte de Académie royale de langue et de littérature françaises en hield eraan zijn uitgebreide netwerk ter gelegenheid van de komst van Duncan uit te nodigen. Hij was immers beschermheer van het initiatief. Al vóór het recital had de vijfenvijftigjarige Albert Mockel, eveneens symbolistisch...

    • HOOFDSTUK 6 ‘Een staat van zuiverheid’ Dans en modernisme in de jaren twintig
      (pp. 181-216)

      ‘Dans is uitverkoren voor de hoogste verwerkeliking [sic] van ons modern stijlbegrip.’ Deze stelling verkondigde de literator Victor Brunclair in 1921 in het katholieke Vlaamse culturele tijdschriftVlaamsche Arbeid. Als kunst- en literatuurcriticus was hij enkele jaren voordien in contact gekomen met dans via Duitse publicaties. Het was hem duidelijk geworden dat dans helemaal anders was dan de andere kunsten, maar dat de aspiraties van experimenterende solodanseressen ook van bijzonder belang waren voor al wie in andere disciplines zocht naar een vernieuwende vorm die bij de naoorlogse tijd paste. Hij pleitte onomwonden voor een oriëntering van de artistieke voorhoede op...

  7. Deel III De dans van de gemeenschap 1930-1940

    • [Deel III Introduction]
      (pp. 217-220)

      Onder impuls van de Ballets Russes werd ook in België tijdens de jaren twintig en dertig de modernisering van het operaballet ingezet. Toch was de verouderde artistieke taal, maar vooral de context waarin het ballet werd opgevoerd voor velen niet geschikt om een cultuurkritisch discours te belichamen. De ballettechniek was te beperkend en te exclusief geassocieerd met het oppervlakkige mondaine leven. De ‘vrije’ dans ontwikkelde zich dan ook als een tegenbeeld, waarin het natuurlijke instinct werd geëxploreerd in plaats van het navolgen van vooraf vastgelegde regels. Daarnaast getuigde deze vrije dans volgens critici ook van een intellectualiteit en zelfs een...

    • HOOFDSTUK 7 ‘Het onuitdrukbare uitdrukken’ Werelds of onwerelds engagement in de theaterdans
      (pp. 221-262)

      Waarom gingen Belgische liefhebbers in de jaren 1930 kijken naar een voorstelling met dans? Het antwoord op die vraag was verre van eenduidig. De discussies over de wenselijke functie en esthetiek van de dans bleven de danscritici bezighouden. Voor velen mocht de rol van dans beperkt blijven tot een mooi en bevallig intermezzo vóór of te midden van de opera. Anderen vonden deze routine burgerlijk of te weinig intellectueel uitdagend. Zij meenden dat dans deze schijn van oppervlakkigheid kon en moest overstijgen. Maar betekende dit dan dat dans filosofische of politieke vraagstukken moest oplossen? Of een intellectueel escapisme – de...

    • HOOFDSTUK 8 Kunst voor de massa? Dans buiten de traditionele theaters
      (pp. 263-314)

      In de jaren twintig ondergingen Belgische choreografen nauwelijks enige invloed van deAusdruckstanzdie rond 1910 in Duitsland was ontstaan. Anders dan in Nederland, kwamen de Duitse ‘moderne’ choreografen-dansers niet optreden in België voordat Kurt Jooss in 1932 metDe groene tafelde Parijse publieke opinie voor zich had gewonnen. Wel sijpelden berichten binnen in Vlaamse periodieken via Vlaamse ballingen in Duitsland, Nederlandse dagbladen of Duitse publicaties. In de Franstalige pers werd daarentegen vóór 1932 geen gewag gemaakt van een specifieke Duitse benadering van de dans. In dit hoofdstuk wordt onderzocht welke aspirant-choreografen vanaf het einde van de jaren twintig...

  8. BALANS
    (pp. 315-330)

    Op het einde van de negentiende eeuw had de kunstdans in België een laag statuut. Hij was wel vertegenwoordigd in gereputeerde operahuizen, maar vormde voor het publiek in het beste geval slechts een aangenaamdivertissementtussen of voorafgaand aan de operabedrijven. Wie bezorgd was om de ‘kunstwaarde’ van de avond, fulmineerde tegen de expressieloosheid van de ballettechniek, de lage morele status van de balletdanseres of het voyeurisme van het (mannelijke) publiek.Dans in Belgiënam deze situatie als uitgangspunt om, aan de hand van nieuw bronnenonderzoek, de veranderende legitimering van dans in België te bestuderen voor de periode tussen 1890...

  9. Bibliografie
    (pp. 331-346)
  10. Illustratieverantwoording
    (pp. 347-348)
  11. Persoonsregister
    (pp. 349-360)