Het beleid van de jeugdmagistraat

Het beleid van de jeugdmagistraat

Marieke Franssens
Johan Put
Johan Deklerck
Volume: 34
Copyright Date: 2010
Published by: Leuven University Press,
Pages: 352
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qf049
  • Cite this Item
  • Book Info
    Het beleid van de jeugdmagistraat
    Book Description:

    In de gerechtelijke jeugdbescherming valt de laatste jaren een stijgend aantal vorderingen en opgelegde maatregelen te noteren, zowel in zaken met betrekking tot problematische opvoedingssituaties (POS) als jeugddelinquentie (MOF). Deze toename is deels het gevolg van een groeiende instroom van minderjarigen. Daarnaast zijn ook de beslissingen van parketmagistraten en jeugdrechters in de verschillende fases van de gerechtelijke procedure van groot belang. En juist over de manier waarop deze beslissingen tot stand komen, is weinig gekend. In Het beleid van de jeugdmagistraat onderzoeken de auteurs welke factoren een rol spelen in het beslissingsproces van parketmagistraten en jeugdrechters. Niet alleen bewuste, rationele overwegingen worden daarbij in kaart gebracht. Dit boek biedt een breed overzicht van de vele juridische, psychosociale en menselijke factoren die van invloed zijn op het nemen van belangrijke beslissingen over het leven van een kind of een jongere. De conclusies en aanbevelingen van de auteurs zijn van groot belang voor en toepasbaar in zowel de rechtspraktijk als het jongerenwelzijnswerk.

    eISBN: 978-94-6166-048-0
    Subjects: Law

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. I-VI)
  2. Table of Contents
    (pp. VII-XII)
  3. LIJST MET AFKORTINGEN
    (pp. XIII-XIV)
  4. LIJST MET TABELLEN
    (pp. XV-XV)
  5. LIJST MET FIGUREN
    (pp. XVI-XVI)
  6. DEEL I INLEIDENDE BESCHOUWINGEN
    (pp. 1-4)

    De aanleiding voor het onderzoek, dat het onderwerp uitmaakt van dit boek, was de vaststelling op niveau van de Vlaamse overheid dat er in de gerechtelijke jeugdbescherming een toename was van de vorderingen en opgelegde maatregelen, en dit zowel inzake de problematische opvoedingssituaties (POS) als inzake de als misdrijf omschreven feiten of jeugddelinquentie (MOF). Deze toename leek bovendien niet alleen af te hangen van het aantal instromende minderjarigen, maar daarnaast ook beïnvloed te worden door de beslissingen van de sleutelactoren in de verschillende fases van de gerechtelijke jeugdbescherming. Bij de belangrijkste actoren horen parketmagistraten en jeugdrechters: het parket is immers...

  7. DEEL II JURIDISCHE ANALYSE
    (pp. 5-62)

    Dit deel biedt een uitgebreide analyse van de juridische context voor het functioneren van parketmagistraten en jeugdrechters in protectionele zaken (POS en MOF-zaken). Het doel van deze analyse is in eerste instantie na te gaan of en, in voorkomend geval, in welke mate parketmagistraten en jeugdrechters in hun vorderings-of beslissingsbeleid inzake protectionele dossiers aangestuurd worden door beleids-en wetgevende instrumenten. In tweede instantie diende de juridische analyse ter inspiratie voor de interviews en de dossieranalyses in het kader van het empirisch onderzoeksluik. Tot slot zou deze analyse moeten toelaten een (gedeeltelijk) antwoord te formuleren op de eerste onderzoeksvraag, met name: “Worden...

  8. DEEL III LITERATUURONDERZOEK
    (pp. 63-98)

    Nadat we in de juridische analyse uitgebreid zijn ingegaan op het juridisch kader voor het optreden van parketmagistraten en jeugdrechters inzake problematische opvoedingssituaties (POS) en als misdrijf omschreven feiten (MOF), behandelen we in dit derde deel een selectie aan buitenjuridische factoren die mogelijks van invloed zijn op het vorderingsbeleid van (jeugd) parketmagistraten en het beslissingsbeleid van jeugdrechters. Vanuit de literatuur over ‘sentencing’ of straftoemeting is immers de verwachting gerezen dat de acties van gerechtelijke actoren niet louter te verklaren zijn aan de hand van juridische factoren, maar dat ook rekening gehouden moet worden met diverse buitenwettelijke factoren. Zo concludeert Garland...

  9. DEEL IV. HET EMPIRISCH ONDERZOEK
    • SUBDEEL I. HET ONDERZOEKSDESIGN
      (pp. 99-136)

      Het empirisch onderzoek dat binnen het kader van voorliggend onderzoeksproject verricht werd, bestond enerzijds uit open interviews met telkens tien parketmagistraten en jeugdrechters, en anderzijds uit een kwalitatieve analyse van tien protectionele dossiers per geïnterviewde magistraat. Het doel van dit empirisch onderzoek bestond erin om een aan de werkelijkheid getoetst antwoord te kunnen geven op de vijf centrale onderzoeksvragen:

      1. Worden de parketten en parketmagistraten in hun vorderingsbeleid inzake protectionele zaken¹ aangestuurd? Centraal? Regionaal? Hoe worden de parketten en parketmagistraten aangestuurd in hun vorderingsbeleid inzake protectionele zaken?

      2. Wat beïnvloedt het vorderingsbeleid van parketmagistraten en parketten inzake protectionele zaken?

      3....

    • SUBDEEL II. ONDERZOEKSRESULTATEN PARKETNIVEAU
      (pp. 137-216)

      Dit subdeel gaat, voor wat het parketniveau betreft, in op de onderzoeksresultaten zoals bekomen aan de hand van de diepte-interviews en de dossieranalyses. De informatie verkregen aan de hand van de analyses van in totaal 206 protectionele dossiers op parket-en jeugdrechtbankniveau heeft echter slechts een complementaire functie ten aanzien van de informatie verkregen aan de hand van de interviews met de tien jeugdparketmagistraten.¹ Bijgevolg zijn de hier gepresenteerde onderzoeksresultaten hoofdzakelijk gebaseerd op de interviews, tenzij expliciet anders aangegeven wordt.

      Zoals in de bespreking van het onderzoeksdesign reeds vermeld werd, is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat de...

    • SUBDEEL III. ONDERZOEKSRESULTATEN JRB-NIVEAU
      (pp. 217-288)

      Dit subdeel bespreekt de onderzoeksresultaten op niveau van de jeugdrechtbank (JRB). Meer bepaald is het de bedoeling om aan de hand van deze bespreking een antwoord te kunnen formuleren op de vierde (“Wat beïnvloedt de keuze van de jeugdrechter om jongeren toe te leiden naar een bepaalde hulpverleningsvorm binnen de bijzondere jeugdzorg of de brede jeugdhulpverlening”) en vijfde (“Bestaan er overeenkomsten en verschillen in het beleid van de jeugdrechters inzake het opleggen van maatregelen en, desgevallend, wat zijn mogelijke verklaringen hiervoor?”) onderzoeksvraag. Deze antwoorden zullen verder uitgewerkt worden in het vijfde deel van dit boek.

      Net zoals de onderzoeksresultaten op...

  10. DEEL V CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
    (pp. 289-326)

    In dit deel van het boek koppelen we de belangrijkste onderzoeksbevindingen (deel IV, subdeel I en II) op thematische wijze terug naar de juridische analyse (deel II) en het literatuuronderzoek (deel III). Verder formuleren we een antwoord op de vijf centrale onderzoeksvragen. We sluiten dit deel ten slotte af met een aantal beleidsgerichte aanbevelingen.

    Vooraleer hiermee aan te vatten, benadrukken we nogmaals het kwalitatief karakter van voorliggend onderzoek, waardoor het – in tegenstelling tot bij onderzoek met een kwantitatief onderzoeksdesign – niet mogelijk is om algemeen geldende uitspraken te doen. Om die reden hebben we ook steeds vermeden de resultaten van het...

  11. BIBLIOGRAFIE
    (pp. 327-338)
  12. BIJLAGEN
    • BIJLAGE 1: VRAGENLIJST PARKETMAGISTRATEN
      (pp. 339-342)
    • BIJLAGE 2: VRAGENLIJST JEUGDRECHTERS
      (pp. 343-347)
    • BIJLAGE 3: CODEBOOM PARKETNIVEAU
      (pp. 348-349)
    • BIJLAGE 4: CODEBOOM JEUGDRECHTBANKNIVEAU
      (pp. 350-352)