Textual Mobility and Cultural Transmission

Textual Mobility and Cultural Transmission: Tekstmobiliteit en Culturele Overdracht

Martine de Clercq
Tom Toremans
Walter Verschueren
Copyright Date: 2006
Published by: Leuven University Press
Pages: 116
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qf1c4
  • Cite this Item
  • Book Info
    Textual Mobility and Cultural Transmission
    Book Description:

    Textual Mobility and Cultural Transmission is the first publication of the research and documentation Centre for the Study of English Literatures in Dutch Translation. The first part explores the notion of 'textual mobility' from a theoretical, book historical and descriptive perspective. Having thus established a broad and dynamic framework, the second part subsequently provides four case studies on Byron, Carlyle, Woolf and Beckett.

    eISBN: 978-94-6166-022-0
    Subjects: Language & Literature

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-6)
  3. Preface
    (pp. 7-10)
    Martine de Clercq, Tom Toremans and Walter Verschueren
  4. TOPICS

    • Tekstmobiliteit en culturele dynamiek – vertalingen als lakmoesproef
      (pp. 13-24)
      Ton Naaijkens

      Kunnen teksten bewegen? Een onzinnige vraag zullen veel mensen zeggen, zelfs in deze gecomputeriseerde tijden, maar literatuurwetenschappers zijn in staat simpelweg aan te nemen dat er zoiets als tekstmobiliteit bestaat. Ikzelf ben geen uitzondering. In menig artikel heb ik formuleringen gebruikt als “het gedicht wil gelezen worden als”, en mijn oratie in Utrecht droeg als titel “de wegen van de vertaling”. In alle gevallen achtte ik het tot leven komen van een doods en abstract object blijkbaar vanzelfsprekend. Tegelijk besefte ik natuurlijk wel degelijk dat mijn object ookwerdgeanimeerd, dat ik betekenissen toekende aan dichtregels of vertalingen zag als...

    • Nineteenth-Century Literary Translations from English in a Book Historical Context
      (pp. 25-38)
      Adriaan van der Weel

      In the course of the 1880s the Dutch book trade became embroiled in a dispute about international copyright that was to keep its members deeply divided until the 1930s. While Belgium was one of the signatories to the original Berne Convention of 1886, the Netherlands did not join until 1912. The controversial question was whether or not the Netherlands should join the Berne Convention for copyright and honour foreign authors’ exclusive right to the translation of their work. Those who were against joining defended their position with the argument, among others, that the award of such a right was unjust...

    • Eastward Ho! The Reception of British and Irish Authors in Europe: From the Low Countries to the Hellespont
      (pp. 39-48)
      Elinor Shaffer

      The reception of British authors in Britain has in good part been studied; indeed, it forms English literary history. By contrast, the reception of British authors in Europe has not been examined in any systematic, long-term or large-scale way by English-language historians and critics. Awareness of the impact of our writers stops at the Channel – with a few exceptions, such as Byron, whose Continental capers in politics, love-making, swimming the Hellespont, and dying at Missolonghi have long made him as suspect at home as he was lauded abroad. While the ‘afterlife’ of many writers is studied, and is an...

  5. CASES

    • ‘A Most Unhappy and Unfortunate Attribute’: Conrad Busken Huets lectuur van Byrons Don Juan
      (pp. 51-66)
      Walter Verschueren

      De uitzonderlijke positie van de Nederlanden in de Europese Byron-receptie tijdens de periode 1820-1850 is goed gedocumenteerd: zowel Popma (1928), Schults (1929) als D’haen (1991; 2004) hebben het uitvoerig over de redenen waarom Byron in de Nederlanden niet echt kon doorbreken in een periode waarin vrijwel heel Europa aan de voeten van de Engelse dichter lag. Hoewel de “hoogdagen” van debyronmaniain het nuchtere Nederland (in zoverre er van een echtebyronmaniasprake was) zich in strikte zin beperken tot de jaren 1830, kan men met enige rechtvaardiging stellen dat gedurende de periode 1820-50 een gestage belangstelling voor de...

    • Carlyle in Dutch Translation
      (pp. 67-84)
      Tom Toremans

      Thomas Carlyle (1795-1881) was born in the same year as Keats, three years later than Shelley, and seven years later than Byron. He outlived Victorian monuments such as J.S. Mill, Charles Dickens, W.M. Thackeray and George Elliot. Accordingly, Carlyle’s extensiveoeuvreoccupies a peculiar position in the British literary canon. Generally regarded as one of the most prominent and productive of the Victorian men of letters, Carlyle’s early works of the 1820s and early 1830s present themselves as late-Romantic responses to European literary and socio-political events of his age. Moreover, Carlyle’s works also elude straightforward generic classification. Emerging on the...

    • ‘In godsnaam en Virginia’s naam waarom een vertaling?’ Virginia Woolf in Nederlandse overzetting
      (pp. 85-102)
      Els Andringa

      Wanneer een werk wordt vertaald, voltrekken zich twee processen die deels met elkaar verweven zijn en deels in elkaars verlengde liggen. Het werk ondergaat een transformatie van de ene naar de andere taal, waarbij vaak de nodige assimilaties en accommodaties plaatsvinden. Maar daarnaast wordt het werk geografisch en cultureel van de eigen context losgesneden en naar een nieuwe culturele ruimte verplaatst. Het werk wordt vanuit die nieuwe ruimte waargenomen en krijgt daarin een plaats toegewezen. De mate waarin en de manier waarop deze plaats die van een ‘ander’ blijft dan wel geïntegreerd raakt, zegt niet alleen iets over het ‘vreemde’...

    • Beeldvorming rond twee Nederlandse vertalingen van Samuel Beckett: Echo’s Gebeente en Het Beeld
      (pp. 103-114)
      Martine de Clercq

      Het tekstverkeer in Samuel Becketts werk is uiterst complex en problematisch. Hij schreef zijn gedichten, romans, kortverhalen, theaterstukken, essays in het Engels, vertaalde een aantal daarvan in het Frans en vice versa. Verschillende uitgevers zorgden respectievelijk voor de uitgave van het Engelse werk, waaronder John Calder (en Boyars), Faber en Faber en de Grove Press in Amerika. Voor de Franse uitgave zorgde voornamelijk Jérôme Lindon van Les Editions de Minuit. Apart verschenen werken werden soms in andere constellaties verwerkt. Hoe bepalen al deze gegevens de mogelijke verschillende interpretaties? Vormen zij de zovele schakels, betekenaars, in een eindeloos proces van betekenisvorming?...

  6. Contributors
    (pp. 115-116)