De beiaard

De beiaard: Een politieke geschiedenis

Marnix Beyen
Luc Rombouts
Staf Vos
Volume: 9
Copyright Date: 2009
Published by: Leuven University Press,
Pages: 254
https://www.jstor.org/stable/j.ctt9qf1jj
  • Cite this Item
  • Book Info
    De beiaard
    Book Description:

    Sinds vijf eeuwen is beiaardmuziek een typisch kenmerk van de steden in de Lage Landen. De beiaard maakt zozeer deel uit van het klankbeeld dat hij nauwelijks nog wordt opgemerkt. Toch heeft precies zijn alomtegenwoordigheid ervoor gezorgd dat mensen allerhande betekenissen aan hem hebben toegekend. Die betekenissen overstijgen het domein van de 'zuivere' muziek. De beiaard werd beschouwd als de 'stem' van bevolkingsgroepen en als een symbool van de waarden die hun leden met elkaar deelden. Over de afbakening van die groepen en over de inhoud van die waarden bestonden echter uiteenlopende meningen en rezen conflicten. De beiaard werd dus onvermijdelijk een politiek instrument. In België, een land dat doortrokken was van maatschappelijke tegenstellingen, werd hij dat meer dan waar ook. Soms was de beiaard een toonbeeld van burgerlijk-liberale waarden, dan weer van een strijdbaar katholicisme. Nu eens was hij Vlaams, dan weer Belgisch. Door de manieren te onderzoeken waarop de beiaard werd verbeeld, belichten de auteurs van dit boek de geschiedenis van België dan ook vanuit een verrassende hoek.

    eISBN: 978-94-6166-062-6
    Subjects: History

Table of Contents

  1. Front Matter
    (pp. 1-4)
  2. Table of Contents
    (pp. 5-6)
  3. PROLOOG

    • Klok en beiaard Van signaal tot symbool
      (pp. 9-22)
      Luc Rombouts

      Meer dan welk ander muziekinstrument ook tracht de beiaard de openbare ruimte te vullen. Daardoor wordt hij onvermijdelijk een politiek instrument. De openbare ruimte is immers ook het forum waar mensen en groepen van mensen elkaar ontmoeten, waar zij banden met elkaar smeden of aanspraken op elkaar maken; waar hiërarchieën ontstaan, maar ook voortdurend worden gecontesteerd. Dat geheel aan processen kan, in de ruime zin van het woord,politiekworden genoemd. Het is vanuit dat perspectief dat in dit boek de beiaard wordt bestudeerd. Als wij het een ‘politieke geschiedenis van de beiaard’ noemen, dan betekent dit dus niet – of...

  4. VOORGESCHIEDENISSEN

    • Klokgelui en stedelijke identiteit in het laatmiddeleeuwse Vlaanderen
      (pp. 25-40)
      Jacqueline van Leeuwen

      De beiaard werd geboren uit het middeleeuwse stedelijke leven.¹ Deze ontstaanscontext heeft de oorspronkelijke functie en betekenis van het instrument grondig beïnvloed. Daarom schetsen we in deze eerste bijdrage de voorgeschiedenis van de beiaard en gaan we na of het instrument al van in het begin een symbolische inhoud had. Het gebruik van klokken in Brugge, Gent en Ieper fungeert hierbij als leidraad. Stadsrekeningen en kronieken lichten ons in over de aanwezigheid van klokken en de betekenissen die aan hen werden toegekend.²

      In de onderzochte steden weerklonken dagelijks talrijke kloksignalen. Ze vormden een noodzakelijk communicatiemiddel waarmee alle inwoners konden bereikt...

    • ‘Een totaal gebrek aan smaak’ Reizigers over klokken in de Lage Landen vóór 1800
      (pp. 41-50)
      Imran Uddin and Johan Verberckmoes

      Ridicuul, dat klokken spelen tot het lijf ervan trilt en de inspanning op het gezicht af te lezen valt. Zo dacht de Doornikse schepen Philippe de Hurges (1585-1643) over de klokkenluider van Luik. Hij schreef de anekdote erover neer in het relaas van zijn reis door het Land van Luik in 1615. Ze was bedoeld om zijn memoires kleur te geven en ze aan meer dan één smaak aan te passen, zoals hij het zelf omschreef. De Luikse man deed het werk al twaalf jaar en deed het volgens de Hurges voor zijn gezondheid. De kerel was immers dik en...

    • IDENTITEITEN

      • Trots, melancholie en de juiste tijd België als een land van beiaarden
        (pp. 53-68)
        Tom Verschaffel

        Toen Victor Hugo in augustus 1840 een reis naar de Rijn aanvatte, zou hij door België trekken. In het nachtelijke rijtuig waarmee hij Frankrijk verliet, werd de rust verstoord door twee luid pratende mannen.¹ ‘Je faisais beaucoup d’efforts pour ne pas entendre leur conversation, et je tâchais d’écouter les grelots des chevaux, le bruit des roues sur le pavé et des moyeux sur les essieux, le grincement des écrous et des vis, le frémissement sonore des vitres, lorsque tout à coup un ravissant carillon est venu à mon secours, un carillon fin, léger, cristallin, fantastique, aérien, qui a éclaté brusquement...

      • ‘Een echte nationale kunst’ Koninklijke belangstelling voor de beiaardmuziek
        (pp. 69-82)
        Gustaaf Janssens

        Klokkengelui voegt aan een feestelijke gebeurtenis extra luister toe en ter gelegenheid van een koninklijk bezoek of een bijzondere plechtigheid zijn beiaardspel en klokkengelui altijd van de partij.¹ Klokken hebben een peter en een meter en dat is bij beiaarden niet anders. In het ancien régime kreeg een klok vaak de naam van de vorst of van de plaatselijke heer. Op onze dagen is het nog steeds de gewoonte om aan een belangrijke klok de naam van de Koning of van de Koningin te geven en om hen het peterschap over deze klokken aan te bieden. Vaak zijn de vorsten...

      • Jef Denyn Identiteit in veelvoud
        (pp. 83-100)
        Liesbet Nys

        In augustus 1922 vonden in Mechelen ‘luisterrijke jubelfeesten’ plaats voor Jef Denyn, die toen al vijfendertig jaar stadsbeiaardier was.¹ Denyn had door een verbetering van de beiaardmechaniek en door zomerse maandag-avondconcerten Mechelen tot het Mekka van de beiaardkunst uitgebouwd. Het stadsbestuur trakteerde hem daarom op grootse festiviteiten, met onder meer een levendige ‘volksbetooging’ door de binnenstad. In een Neder-landse krant werd die huldestoet voor Denyn als volgt beschreven: ‘Voorop een sociaal-democratische vereeniging, met een muziekcorps, dat vrolijk de “Internationale” blies, terwijl een eind verder in den optocht een ander corps de “Brabançonne” speelde en een derde de “Vlaamsche Leeuw”.’² Denyn...

    • REGISTERS

      • ‘De kus op de stenen slapen’ Beiaard, ontwaking en verzet
        (pp. 103-126)
        Staf Vos

        Wat was het dat de goddelijk verstrooide en in zichzelf verzonken man uit de voorrede tot NietzschesGenealogie van de moraaldeed wakker worden, de oren uitwrijven en vragen: ‘Wiezijnwe eigenlijk?’ Het was de klok die uit alle macht haar twaalf slagen van het middaguur dreunde. De

        ‘bevende klokslagen van zijn ervaring’ spoorden hem aan zijn onzekere identiteit ter discussie te stellen.¹ Een torenklok meet de tijd, maar breekt ze ook: ze zet de deur op een kier voor een verdere reflectie. De geschiedenis van de beiaard in de negentiende en twintigste eeuw was sterk beïnvloed door dergelijke...

      • Van cultuurproduct naar productcultuur De beiaard als cultuurintegrerende factor bij Vlaamse katholieken van 1918 tot 1958
        (pp. 127-144)
        Rajesh Heynickx

        Bij een prijsuitreiking in de Brusselse Sint-Lucasschool, in 1922, hield de Gentse kunsthistoricus Leo Van Puyvelde een toespraak. Die begon als een voorzichtig pleidooi voor de introductie van moderne technieken en materialen in de neogotische ambachtskunst, maar groeide uit tot een haast emotionele oproep om Vlaanderen te herkerstenen. Toch sleutelde Van Puyvelde na dezeacte de présencenog aan zijn tekst. In het jaarboek uit 1923 vanL’Art et ses Applications/De Kunst en haar Toepassingen, waarin zijn toespraak werd opgenomen, werd er een vergelijking met een galmende klokkentoren toegevoegd: ‘Dit album is als een monument, het is als een klokkentoren,...

    • PROPAGANDA

      • ‘Het Mechels wonder’ De beiaard tussen cultus en citymarketing
        (pp. 147-170)
        Luc Rombouts

        Het Russische woord voor beiaard ismalinovji zvon.In Mechelen wordt beweerd dat de beiaard in Rusland “Mechels klokkenspel” heet, zoals een balpen vaak een bic wordt genoemd en een fototoestel eenkodak. Zo sterk is de merknaam Mechelen in beiaardland. In feite werd de uitdrukkingmalinovji zvonal in de zestiende eeuw gebruikt als synoniem van hettrezvon, een feestelijk luidpatroon in de Russisch-orthodoxe kerk, en betekent ze ‘zoete klank’ of ‘ aangenaam geluid’.¹ Natuurlijk gunnen wij de Mechelaars deze etymologische dwaling. Immers,si non è vero… Ze illustreert in elk geval de ambitie van de Dijlestad om...

      • ‘Le mystérieux mariage du bronze avec l’espace’ De beiaard als inspiratiebron voor Alfred Ost (1884-1945)
        (pp. 171-186)
        Greet Draye

        ‘Ding! Dong! Sonnez cloches et carillon de la bonne ville de Malines. Sonnez à grandes volées pour un de vos enfants, jeune artiste qui vient de se révéler d’une façon si magistrale dans notre centre des Arts-Belges’, verscheen in het aprilnummer van 1913 van het kunsttijdschriftVers l’Art.De recensent, ene Groothaert, bewierookte Alfred Ost. Tussen 5 en 19 maart had die voor het eerst tentoongesteld in de Brusselse galerie Boute. Het was een ware triomf geweest, een niet eerder gezien succes. Op één dag waren al zijn werken – 305 schilderijen, tekeningen en affiches – verkocht. ‘Arrivé inconnu de Malines, le...

      • ‘The Land of Chimes’ De overzeese promotie van de Belgische beiaard
        (pp. 187-208)
        Mark Derez

        Carillon, zo had Sir Edward Elgar (1857-1934) zijn opus 75 gedoopt, waarrond met Kerstmis 1914 een ware hype ontstond.¹ Het was zijn eerbetoon aan ‘poor little Belgium’, dat zo smadelijk door Duitsland was overrompeld. Elgar associëren we tegenwoordig met de ambiance van de proms en desoundtrackvan kostuumfilms die het Edwardiaanse Engeland evoceren. Hij was in 1914 de meest gevierde toondichter van het Britse Rijk, dat wereldwijd depax britannicahad opgelegd.² De gloed van het imperium met zijn rijkdom en zijn zelfvertrouwen straalde op zijn werk af, net als de latere reactie tegen de excessen van het imperialisme...

    • EPILOOG

      • Verzoener en versterker van tegenstellingen
        (pp. 211-224)
        Marnix Beyen

        Juli 1914. Mechelen ‘brand[t] purper in den lichtmauven avond’ en ‘de Sint-Romboutstoren raakt [...] met zijn loggen kop het laatste goud van de zon’. Vanuit die toren laat Jef Denyn de klanken van de beiaard over de stad weergalmen. Het repertorium is uitgebreid en divers. Eerst zingt de beiaard van het Kwezelken, van de Twee Koningskinderen, de Mosselman, de Boer van Leuven en van de Heer Halewijn. Later voegt hij daar nog Jezuke in de kribbe (in juli!), Piet Hein, Slaat op den Trommele en Mijn Vlaanderen heb ik hartelijk lief aan toe.

        Bij zoveel liedjes uit de oude doos...

    • Herkomst van de illustraties
      (pp. 225-226)
    • Noten
      (pp. 227-244)
    • Over de auteurs
      (pp. 245-248)
    • Persoonsregister
      (pp. 249-254)